Waarom ik tienermeisjes een school als DOE gun!

Onze Aannamekring is kortgeleden bij elkaar gekomen en heeft extra leerlingen in de tienerleeftijd gevraagd om hier ook bij aan te sluiten, want we hebben een uitdaging…

Al sinds jaar en dag blijken meer jongens in de tienerleeftijd hun weg naar DOE te vinden dan tienermeisjes, maar de afgelopen tijd is de verdeling wel heel scheef geworden: minder dan 10 meisjes en meer dan 30 jongens in de leeftijd van het voortgezet onderwijs bij DOE.
Zonder te veel te willen generaliseren, want de verschillen tussen meisjes en jongens onderling zijn misschien wel veel groter dan dat ze gemiddeld van elkaar verschillen, zoeken we toch naar oorzaken en hoe we hierop in kunnen spelen in onze werving.

Er wordt van alles genoemd. Meisjes lopen minder vaak vast in het reguliere systeem, waardoor ze ook niet op zoek gaan naar andere mogelijkheden en daarom niet van het bestaan van onze school weten. Meisjes hechten misschien wel meer waarde aan een diploma dan jongens. Een van de leerlingen benoemt ook dat een school als DOE misschien meer in de behoefte van jongens voorziet, dat zij misschien de vrijheid die DOE biedt, wel meer nodig hebben dan meisjes.

Dat triggert mij, want wat had ik graag als tienermeisje op een school als DOE gezeten! Ik liep niet vast in het reguliere onderwijs, haalde netjes in zes jaar mijn VWO-diploma, maar dat wat je echt nodig hebt om je goed staande te houden in de ‘echte’ wereld, leerde ik pas veel later. Dat leerde ik de afgelopen jaren bij DOE.

Bij DOE is namelijk niet het curriculum het uitgangspunt, maar je persoonlijke ontwikkeling. Dat betekent niet dat je geen diploma kunt halen. Integendeel, sommigen halen dit zelfs sneller dan op het regulier. Je haalt je diploma echter niet omdat het moet of omdat het van je verwacht wordt. Als je een diploma haalt, doe je dat, omdat het past bij jouw doelen en jouw ontwikkeling.

Misschien passen meisjes zich gemiddeld gezien wel makkelijker aan, maar wat als dan vervolgens in de ‘echte’ wereld van je wordt gevraagd dat je zelf initiatief neemt en je eigen grenzen goed bewaakt. DOE lijkt op zoveel manieren meer op de echte wereld dan we gewend zijn van een school, dat ik me wel eens afvraag, waarom zo vaak de vraag wordt gesteld hoe onze leerlingen zich straks gaan redden in de ‘echte’ wereld.

Ik heb ervaren dat onze leerlingen zich door de sociocratische besluitvormingsprocessen goed leren uitdrukken, ze leren goed naar anderen luisteren en andere perspectieven innemen. Ze leren om goed voor zichzelf te zorgen, zonder anderen uit het oog te verliezen. Ze leren goede keuzes maken, juist omdat ze ook keuzes mogen maken, die soms minder goed uitpakken. DOE is een school die ik iedere leerling gun, zeker de tienermeisjes die zich zo goed kunnen aanpassen!

Kennis delen

Ik geef wiskundeles op DOE. Leerlingen kunnen zich inschrijven voor les op een voor hen geschikte tijd. Sander heeft zich nog nooit ingeschreven voor een wiskundeles. Toch ben ik regelmatig met hem in gesprek en deel ik kennis over mijn vak. Hij vindt het leuk om allerlei dingen uit te rekenen en vraagt me dan wel eens hoe ik dat zou doen. Van hoeveel letters heb je nodig als je alle getallen van één t/m duizend uitschrijft tot hoe groot is de kans om een bepaalde kaartencombinatie te trekken en hoeveel tijd hoort of ziet een wereldburger gemiddeld reclame. Het delen van kennis gaat zo op een natuurlijke manier. Ik hoef geen lesje af te draaien, maar ik sta wel in dienst van de ontwikkeling van de leerling.

Zo ook deze maandag. Ik heb zojuist in het kader van onze themaweek over ruimtevaart met de scheikundedocent en een aantal leerlingen buiten ‘raketten’ afgeschoten met behulp van de chemische reactie van bakpoeder met azijn. Om de hoogte van onze raketten te bepalen, hebben we de kijkhoek gemeten op het moment dat de raket zijn hoogste punt bereikte. Terug in het sciencelokaal kunnen we beginnen met de berekening van de hoogte. Ik had vooraf al wat uitleg over de tangens gegeven. Die uitleg stond nog op het white board. Nu was het een kwestie van het invullen van de getallen die we hadden gemeten. De meeste leerlingen haakten af. Dat is geen probleem. In deze les, met als doel het bieden van inspiratie, neemt iedere leerling mee wat aansluit bij zijn of haar interesse en niveau. Sander zit ook in het lokaal. Hij is niet mee naar buiten geweest. Het afschieten van de raketten vond hij niet bijster interessant, maar nu ik de getallen begin in te vullen op het bord heb ik zijn aandacht. Hij rekent mee en samen komen we erop uit dat een van de raketten ongeveer 5,5 meter de lucht in is geschoten. Ik weet dat hij net boven het dak van de gymzaal uitkwam. Kan dat kloppen?

Vraag ik me hardop af. Een andere leerling die van een afstandje toch nog wel mee blijkt te luisteren, denkt van wel. Die gymzaal is ongeveer het dubbele van een gewoon lokaal, dus zeker wel een meter of 5. Sander is nu ineens wel gemotiveerd om naar buiten te gaan. Hij meet de kijkhoek als hij naar het bovenrandje van het dak van de gymzaal kijkt, meet nauwkeurig de afstand van de kijkhoekmeter tot de gymzaal en keert terug naar het sciencelokaal. We gaan weer rekenen. Het dak van de gymzaal bevindt zich volgens onze berekening op ongeveer 5,5 meter van de grond. Het klopt. Sander verzucht… wiskunde is echt leuk!