Inspiratieshot

Na 14 jaar in de schoolbanken (8 jaar basisschool en 6 jaar middelbare school) haalde ik een diploma. Iedereen van mijn jaar mocht iets schrijven voor een boek dat we ter herinnering meekregen. Ze vroegen mij wat ik in al die jaren had geleerd. Mijn antwoord staat in dat boek: ‘Dat ouderen niet altijd de wijsten zijn.’

Het heeft me enorm geraakt dat ik te jong was om serieus genomen te worden. Om naar te luisteren. Ik had maar te volgen. Hq€;4?eJRa@95?!

Ik heb héééél lang uitgekeken naar het moment waarop ik ouder was en de touwtjes van mijn leven in eigen handen kreeg. En nu ik ouder ben, ben ik betrokken bij een onderwijssysteem dat gebaseerd is op intrinsieke motivatie, eigenaarschap en persoonlijk leiderschap. Jonge mensen in het democratisch onderwijs krijgen de ruimte om hun eigen pad te gaan, zichzelf te ontdekken en zichzelf te laten gelden.

Dat het werkt en hoe dat werkt vertellen ervaringsdeskundigen Armando, Tony, Vlinder en ik met een interactieve lezing over democratisch onderwijs en onze school. Afgelopen week stonden we voor het eerst voor een groep docenten. En er staan meerdere inspiratieshots binnen en buiten het onderwijs op de planning.

Het doet mij erg veel om deze jonge helden het podium te zien beklimmen. Zij krijgen de kans om zich uit te spreken en nemen het woord. Ze delen een puur en indrukwekkend verhaal over onderwijs. Ze worden gehoord. Terecht. Een droom die uitkomt.

Meer informatie over onze lezing vind je op de website van DOE Business.

Onrust

Hij zit in een hoek van de school. Alleen. Starend in het luchtledige. Als verdoofd. Voeten op heupbreedte op de grond en handen ontspannen op z’n knieën. Zijn ogen priemen alsof hij door de muur tegenover hem heen probeert te kijken. Alsof hij oog in oog staat met iets dat voor anderen onzichtbaar is, of tenminste niet zo opvalt. Het rumoer in de hal weet zijn stilte niet te doorbreken. Alleen de subtiele beweging van zijn ademhaling verraadt dat hij nog leeft. En dan ineens kijkt hij mij met grote ogen aan.

Boris’ blik verzacht meteen. Open, nieuwsgierig, toegankelijk. Zoals ik dat inmiddels van hem ken. Hij groet me zo vrolijk dat zijn moment van opperste concentratie wellicht helemaal geen moment van opperste concentratie was. Toch ben ik benieuwd. En een beetje bezorgd. Ik groet terug en wandel zijn richting in. ‘Hoe is het met je?’ vraag ik voorzichtig.

Een stilte volgt. Zijn gefocuste blik komt terug. Ik zie dat Boris naar binnen keert om tot een antwoord te komen. Hij bekijkt zijn gevoel met chirurgische precisie. Vervolgens vult hij de leegte met een directe vertaling van zijn innerlijke observatie: ‘Iets in mij kan gewoon niet geloven dat alles goed is. Ik merk dat ik onrustig ben. Ik weet dat ik hier niets hoef te doen en toch ervaar ik een soort drang dat ik dingen moet. Het zit in mezelf.’

Nu kijk ik Boris met grote ogen aan. Zijn reflectieve vermogen en heldere verwoording raken me. Zijn kwetsbaarheid raakt me zo mogelijk nog meer. Boris is hier nog maar net, twee dagen, en ik versta zijn verwarring. Dat zeg ik hem. Vervolgens geef ik hem de ruimte om zijn gevoel in nog andere woorden te vangen. De jongen kijkt me bedenkelijk aan en staat op: ‘Ik wil iets doen met het lege aquarium bij de ingang.’ En hij vertrekt.

Regisseur

Het zijn strijders. Ze geven hun leven voor de wil van de koning of vechten daar juist tegen. De kledij en wapens maken ze onafscheidelijk van de hoofdrolspelers van de veldslagen van honderden jaren geleden. Het zijn mannen die in de geschiedenisboeken zouden kunnen staan. En toch ook niet. Want hoewel de moedige krijgers zich volop laten inspireren door mythes en goden, schrijven ze hun eigen avonturen. Ze laten hun fantasie de vrije loop en lopen vervolgens vrij rond in hun fantasie. Elke stap, elke slag, elk karakter en elk conflict is een eigen creatie. De Live Action Role Playing-kring van DOE werkt samen om denkbeeldige verhalen te vertalen naar de 3D-wereld waar wij in leven. Ze gaan er dagelijks uren in op. Een vijftienjarige jongen is één van de, zo niet dé grondlegger van dit bruisende gezelschap.

Ik tref de knul bij de fietsen voor de school. Het is 16.00u en tijd om naar huis te gaan. Als mentor hou ik ‘m net iets meer in de gaten. Hij mij ook. Hij weet me te vinden. Ik ben benieuwd hoe het met hem is en we raken aan de praat. De tiener deelt zijn laatste inzicht met me: ‘Ik heb het gevoel dat ik regisseur wil worden.’ Ik zie het helemaal voor me. In een eerder dialoog werd al duidelijk dat de verhalenmaker de drang voelt om zijn creaties ook buiten de LARP-kring te delen. Blijkbaar wordt zijn richting en vorm met de tijd concreter. Een opleiding tot regisseur wordt serieus overwogen. Ik voel dat hij zijn woorden meent en zie dat het bij hem past, en toch merk ik enige vertwijfeling.

‘Ik volg nu een paar vakken, maar het voelt allemaal vrijblijvend. Ik wil zeker weten dat ik met de lessen straks examens kan halen. Ik wil die garantie. Ik heb het idee dat ik de rest van mijn leven op het spel zet,’ vervolgt de tiener. Op DOE is zoveel vrijheid dat je jouw keuzes op niets anders dan intrinsieke motivatie hoeft te baseren. Het gevolg van die vrijheid is dat mensen zich naar verloop van tijd bewust worden van wie ze zijn en wat ze daarmee willen. Die eigen weg voelt dan zo vanzelfsprekend en krachtig dat daar geen twijfel over bestaat. Het ís zo. Tegelijkertijd is er door die vrijheid en die eigen weg geen gebaand pad om op mee te liften. Als je iets wilt, dan heb je daar zelf voor te gaan staan. Dat is verantwoordelijkheid nemen. Dit is het moment waarop de vijftienjarige jongen verantwoordelijkheid neemt: hij neemt initiatief om te bereiken wat hij wilt. En dat doet hij door hulp te vragen.

Op DOE is het niet verplicht om examens te halen, maar er is wel alle mogelijkheid toe. We spreken af om bij elkaar te komen en overzicht en structuur te scheppen in zijn eigen weg. Voordat we samen langs de vakdocenten gaan om exameninformatie in te winnen en een lesrooster in elkaar te draaien, nodig ik de tiener uit om een oefening te doen waarmee hij meer inzicht krijgt in zijn persoonlijke redenen om regisseur te worden. Het geeft zijn gevoel context en hem nog meer vertrouwen in zijn richting. Zo blijkt dat hij een wereld voor zich ziet waarin mensen elkaar accepteren zoals ze zijn en vertrouwen hebben in elkaars eigenheid. Des te meer omdat hij op een traditionele school heeft ervaren hoe een controle-achtige mindset zijn fantasie lamlegde. Hij ziet zichzelf als regisseur verhalen verfilmen die het perspectief van de kijkers doet openbreken. Eigenlijk oefent hij daar al jarenlang mee in de LARP, en nog steeds – tussen de lessen door. Misschien doet hij dat – het openbreken van perspectief – op dit moment al, door middel van dit verhaal, als regisseur van zijn eigen leven.

Eerlijk

Een zesjarig podiumbeest zweept het speellokaal op. Haar energie gonst door de ruimte. Ze gaat een voorstelling geven in het DOE Le Mar Theater en de hele school is welkom. Ze wil zó graag dat de hele school erbij is. Leerlingen zonder brevet mogen het theater alleen in met een samenwerker of iemand van de Theaterkring, daarom heeft ze mij gevraagd als opzichter tijdens haar performance. Voordat we ons massaal naar het theater bewegen, kondigt ze haar optreden ‘voor de zekerheid’ aan via het omroepsysteem van de school. Vervolgens is het showtime.

Ze heeft niets voorbereid. Alles wat er gebeurt, wordt geboren uit pure spontaniteit. Haar enthousiasme kent geen maat. De kleine artiest straalt oogverblindend als ze op het podium staat. Alleen het zien van ultiem genot zou het kopen van een kaartje al waard zijn. Bovendien vindt ze het fantastisch om haar extase met anderen te delen. Daarom roept ze het publiek op om mee te doen.

Tientallen jonge kinderen spurten het podium op. Een enkeling kruipt achter de piano en slaat willekeurige toetsen aan. Sommigen gebruiken hun plek in de zaal om zich ongegeneerd te laten gaan. Het theater lijkt te veranderen in een apenkooi. Gevoelsmatig klimmen ze in de doeken en hangen ze aan de lampen. De kolkende energie voelt aan als een orkaan en door het geluid zou je zelfs geen zeecontainer vol spelden horen vallen. Het duurt niet lang voordat ik me als de smiley met kruisogen voel: overprikkelt. Kort daarna komen de meiden binnen voor de wekelijkse theaterles. De kleine stuiterballen maken plaats. De storm gaat liggen. Ik ook.

Een paar dagen later ben ik opgekrabbeld en zit ik met een vriend aan het kampvuur. Ik deel deze ervaring. Ik vertel hoe prachtig ik het vind om te zien hoe enthousiasme ongeremd geleefd kan worden, dat kinderen zó zichzelf mogen zijn. Dat kinderen alle vrijheid krijgen om zichzelf en de wereld te ontdekken. Mijn kompaan onderbreekt me door zijn gezicht in mijn richting te draaien. Hij kijkt me aan. Zijn drie woorden zijn veelzeggend: ‘En jij dan?’ Een paar stille seconden volgen. Ik weet wat hij bedoelt.

Ik leef voor een wereld waarin kinderen opgroeien in het vertrouwen dat ze hun intrinsieke motivatie mogen volgen, dat ze leiding mogen nemen/behouden over hun leven en daarin helemaal zichzelf mogen zijn. Maar authenticiteit betekent niet alleen meewaaien op de innerlijke bries der fortuin. Authenticiteit betekent ook ‘nee’ zeggen zodra het niet goed voelt. En hoe leer ik anderen authenticiteit als ik het zelf niet ben? Hoe leer ik een zwik kinderen in een theater dat ze zichzelf mogen zijn als ik in dienst van hun overprikkelt toekijk? Mezelf wegcijferend voor een ander.

In mijn beleving is jezelf zijn niet te leren uit een boek. Het is geen mentaal overdraagbaar concept. Het is ook niet te leren omdat het je gegund wordt of omdat er iemand ‘altijd voor je is’ (lees: omdat er iemand naar jouw pijpen danst). Alleen als mensen zichzelf zijn kan je van mensen leren wat het is om jezelf te zijn. Mensen die in oprechtheid naar zichzelf luisteren en vanuit die aandacht betrokkenheid tonen en persoonlijke grenzen aangeven. Mensen die reflecteren, daarvan leren en daarover communiceren.

Het podiumbeest spande mijn elastiek. Ik stond helemaal open voor haar enthousiasme en werd overweldigd door de orkaan die volgde. Zo triggerde ze mij om eerlijk te zijn. En duidelijk. Naar mezelf en naar haar. Het is de enige manier om iemand authenticiteit te leren: door het zelf te leven.

Voortaan vinden we elkaar in het theater op een manier die bij ons beide past. Dat is niet alleen fijner voor mij. Dat is fijner voor allebei.

Elastiek

Authenticiteit is een magneet waar je niet van weg kan lopen. Het is als leven met een elastiek om je middel dat je constant in jouw eigen richting trekt. Telkens als je iets onderneemt wat niet helemaal overeenkomt met wie jij werkelijk bent, trekt het touw je de juiste kant op. Er zijn mensen die hun innerlijke vonk zo sterk voelen dat ze van één millimeter buiten hun eigen weg al kriebelig worden. Anders gezegd: ze zijn zo gevoelig voor de spanning van het elastiek dat ze simpelweg niet anders kunnen dan zichzelf zijn. En hoe meer je in aanraking komt met je zelf, hoe gevoeliger je wordt voor de spanning van het elastiek.

Authenticiteit is een hoofdbreker, omdat het onvermijdelijk is om je te blijven gedragen naar ‘wat hoort’. En hoe harder je vecht om aan ‘wat hoort’ te voldoen, hoe verder je het elastiek oprekt. Totdat je moegestreden bent en het elastiek je terugfluit. Dan lig je knock-out. Dat is de les: jouw zelf laat je via jouw lichaam weten waar jij écht heen wilt. Die knock-out is een teken: dat is in ieder geval niet waar jij écht heen wilt. Soms merk je jouw eigen weg dan ineens op en besluit je hem te volgen, en soms hoor je de signalen van je lichaam niet en test je de rekbaarheid van het elastiek opnieuw. Beide is oké. Het waarnemen van je werkelijke ik is een individueel proces en dat is niet te forceren. Er komt hoe dan ook ooit een moment van overgave en – ondanks alle beren erop – de keuze voor je eigen weg. En dan blijken die beren plots een illusie.

Misschien kan je er echt niet meer omheen. Kan je echt niet meer weglopen van je zelf. Kan je echt niet meer doen ‘wat hoort’. Dat hoeft ook niet. Juist in onze eigenheid vinden we een wereld van ondenkbare mogelijkheden. Juist in onze eigenheid zijn we in staat tot ultieme creatie. Juist in onze eigenheid vinden we verbinding met onszelf en elkaar. Authenticiteit voelt voor mij als de essentie van het leven. De natuur. Ik ben dolblij dat we met DOE een plek hebben gecreëerd waar mensen de ruimte krijgen om één te blijven of te worden met zichzelf. Eén met hun elastiek. Ik ben net zo blij dat mijn eigen weg me al anderhalf jaar lang hierheen brengt. Ik heb zin in een nieuw schooljaar.

De ochtend van mijn leven

Gabrielle is onze vaste kracht in het speellokaal, de plek die is ingericht voor de vier- en vijfjarigen. De jonge schoolgenoten zijn vrij om de hele school te ontdekken en dit is hun basis. Bovendien zijn er gedurende de dag een aantal momenten waarop er in het speelparadijs gezamenlijk wordt gegeten. Ik huppel er geregeld binnen. Om samen fruit te eten of een boek voor te lezen, of om aan mijn gebroken hart geopereerd te worden. Ik vind het zo mooi om met de pure energietjes in contact te staan en vaar als vanzelfsprekend mee op hun fantasie. Creativiteit te overvloed. Het speellokaal doet zijn naam eer aan. 

Deze week heeft Gabrielle een aantal ochtenden nodig om de leerlijnen in te vullen. Op DOE beoordelen we een kind niet op ‘de norm’. Op DOE bekijken we eens per half jaar waar een kind staat. We zien dat ieder kind zich in vrijheid ontwikkelt, op een eigen manier en een eigen tempo, in een eigen richting. Zonder druk, zonder verplichtingen. Puur natuur uit intrinsieke motivatie. Zo werkt een mens. Gabrielle heeft iemand nodig om een oogje in het zeil te houden terwijl ze aan de haal gaat met het leerlingvolgsysteem. Ik bied me aan zoals een jochie op een traditionele basisschool, die alle lesstof saai en zinloos vindt en ineens een vraag hoort over een bekende voetballer, met z’n hand zover in de lucht dat er een kreun aan te pas komt en hij zijn vingertop aan de verlichting verbrandt. Gabrielle had me vast ook gezien zonder die capriolen, maar het is oké: ik mag! 

De kinderen in het speellokaal weten wie ik ben. Ik verbeeld me wel eens hoe kleine Eric door deze ruimte zou banjeren, maar telkens als ik daarbij stilsta kom ik tot de inschatting dat ik niet veel anders zou doen dan ik nu doe. Eén van de kids vraagt me na een grote knuffel of ik mee wil spelen met het bouwen van een treinrails. M’n lichaam reageert voordat ik mijn tweeletterige antwoord uit kan spreken. Een ogenblik later zitten we op het kleed met gigantische bakken vol houten stukken spoorweg. We leggen twee rechte stukken aan elkaar. Dan slaat onze fantasie op hol.

Verderop het kleed liggen de overblijfselen van een bouwsel dat op de lijst van Duplo-werelderfgoed had kunnen staan. Ik raap de blokjes bijeen en positioneer ze onder de rails. Vervolgens rent de vijfjarige klusser onaangekondigd naar een kast verderop in het lokaal. Ik kijk haar na en schiet haar te hulp zodra ik zie dat ze een gigantische kist met houten blokken tevoorschijn tovert. Twee zielen, één gedachte. We gaan de lucht in. 

Met uiterste precieze telt en plaatst mijn jonge schoolgenoot de stapels blokken, zodat ik de nieuwe stukken achtbaantreinrails aan kan leggen. In een mum van tijd lopen er vier sporen boven elkaar. De uitzinnige lach van mijn medebouwer trekt de aandacht van andere aanwezigen. Ineens ben ik onderdeel van een volwaardig bouwteam dat met man en macht speelt en ontdekt hoe de stabiliteit van zo’n fascinerende constructie werkt. Ik geniet. Gabrielle tikt op mijn rug. Ik speel en ontdek mee. Gabrielle tikt nogmaals op mijn rug. Ik kijk om. Gabrielle vraagt of ik het leuk vind. Ik glunder: ‘Ja, het is briljant. Ik ga er helemaal in op!’ Gabrielle lacht en hint me dat ik de tijd voor de fruithap vergeten ben. Oeps.

De tijd is weg. Ik ben versmolten met de achtbaantreinrails en mijn collega-bouwvakkers. Het is alles wat bestaat. De meest onnavolgbare manifestaties vinden haar oorsprong in dit nulpunt. Toen ik alles had verkocht en net in een bus woonde, schreef ik: ‘Het enige wat er is, als er niets meer is, is creativiteit.’ Het is zo. Het speellokaal staat garant voor creativiteit. Deze ochtend is absolute flow². Ik heb de ochtend van mijn leven.

Werkt dat?

De vraag ‘werkt dat?’ wordt me vaak vol verbazing gesteld als ik vertel over de opzet van DOE. Jonge mensen die vrij zijn om hun dagen in te vullen, hun nieuwsgierigheid achterna, hun eigen richting ontdekkend. Mijn wedervraag is net zo vaak ‘wat bedoel je met werkt het?’ ‘Nou, …’ begint mijn gesprekspartner zijn/haar vervolgvraag ‘gaan ze dan echt iets doen? Gaan ze dan echt iets doen waar ze wat van leren?’

Toen ik via een TEDx Education Event in mei 2017 op DOE terechtkwam, en ik direct na mijn spreekbeurt de vraag ‘wil je hier blijven werken?’ met een volmondige ‘ja’ had beantwoord, belandde ik in het ontdeklokaal. Een ruimte ingericht met allerhande inspiratie voor kinderen tussen de 7 en 12 jaar. De natuurlijke manier van leren voelde kloppend en mijn gevoel dat ik daar iets in wilde betekenen klopte ook. Toch verbeet ik er mezelf. Mijn nieuwsgierigheid leidde me telkens op avontuur buiten het lokaal, naar overal en nergens, om met iedereen en niemand van alles en niets te doen. Na enkele maanden maakte ik duidelijk dat de rol als bemanning van het ontdeklokaal mij niet paste. Ik wilde die verantwoordelijkheid niet dragen, niet ten koste van mezelf. Ik besloot me terug te trekken als samenwerker en mocht van de Aannamekring als ondersteuner bij de school betrokken blijven.

De functie ondersteuner gaf me de vrijheid om te komen en gaan wanneer ik wilde komen en gaan. Ik was welkom, maar er werd niet op mij gerekend. Vrijwillig kwam ik naar DOE. Soms twee dagen per week, soms vier, soms één, heel soms geen. En als ik op DOE was, dan deed ik dat waar mijn neus me naartoe leidde. Ik vertoefde dagenlang in het atelier, begon te rappen, speelde onbevangen met de allerkleinsten, hielp kids met allerlei uiteenlopende vragen, liet mijn gezicht zien bij de Communicatiekring en de Theaterkring, riep ‘with love’ terwijl ik met een witlof het open podium betrad en stond voor de ouders met mijn lezing. Soms liep ik wat verdwaald en overprikkelt rond; doorgaans vermaakte ik me kostelijk.

Ik was niet verplicht om op DOE te zijn. Toch was ik er regelmatig. Ik was ook niet verplicht om iets op DOE te doen. Toch deed ik van alles. In alle vrijheid leerde ik, zonder het te beseffen, gewoon door te leven, wat ik écht leuk vind om er te doen en op welke manier ik écht bij kan dragen aan de community: communicatie, creativiteit, inspiratie, theater. Ik kwam erachter dat ik structurele contactmomenten nodig had om iets op te kunnen bouwen en bracht regelmaat aan in mijn aanwezigheid. Op maandag en donderdag zou ik sowieso in de school te vinden zijn. Dat beviel.

Enkele weken geleden meldde ik me opnieuw bij de Aannamekring. Ik had een motie ingediend om weer samenwerker te worden. Ik voelde dat ik eraan toe was om verantwoordelijkheid te dragen voor mijn eigen richting – als woordvoerder en theaterdirecteur – die ik in alle ruimte ontdekt had. Dat ik er op die manier voor de jonge mensen op DOE wil zijn. Zo had ik dat ook op het motieformulier opgeschreven. Ik had de hele motie ongeveer zoals dit verhaal opgeschreven. En toen ik het in de kring voorlas, besefte ik dat ik exact hetzelfde had doorgemaakt als wat de leerlingen op DOE doormaken: vrijheid, zoeken, vinden, verantwoordelijkheid nemen, bijdragen. Dat proces gaat gepaard met een continue verdieping van jezelf en jezelf ten opzichte van de omgeving, die voortkomt uit de natuurlijke nieuwsgierigheid naar de kloppende richting. Daarin worden kennis en tal van vaardigheden op een eigen moment, een eigen manier en een eigen tempo eigen gemaakt. Met zelfbewuste, creatieve wereldburgers als gevolg.

‘Werkt dat? Gaan ze dan echt iets doen? Gaan ze dan echt iets doen waar ze wat van leren?’ Ik antwoord net zo volmondig als de dag waarop ik op DOE terechtkwam: ‘Ja!’ Mijn gesprekspartner mag me op mijn woord geloven. Toch nodig ik hem/haar uit om het zelf te ervaren. Wat mij betreft is het volgen van je eigen richting maximaal leven. En ieder mens verdient maximaal leven. Neem de vrijheid in een veilige omgeving en voel waar je heen beweegt. Dat is méér dan natuurlijk leren. Dat is zijn wie je bent. Spring, leer en leef. Het mag. Het kan. Het werkt.

Welkom op DOE!

In september 2017 zat ik in de drukst bezochte schoolkring die ik tot nu toe heb meegemaakt. Er waren zo’n 8 samenwerkers en 25 vooral jonge kinderen aanwezig. Dat was niet zomaar. Nieuwe leerlingen worden na enkele weken, zodra ze een beetje geland zijn en hun komst op DOE definitief is, officieel aangenomen in de schoolkring. Tijdens zo’n kring staan de kersverse DOE-ers even in het middelpunt van de belangstelling. Iedere aanwezige krijgt de beurt om zich vol enthousiasme uit te laten over de betreffende personen. Dat maakt het welkomstmoment voor de nieuwe schoolgenoot vooral een oefening in liefde ontvangen. In die schoolkring in september werden er meerdere jonge mensen welkom geheten, en ik.

Totdat ik bij DOE binnenstapte, was ik als volwassene zelden nog met kinderen in aanraking gekomen. Ik scheurde sinds m’n studie met name op mijn fiets door de bergen, schreef over de fascinerende beleving van het volgen van mijn intrinsieke motivatie en kachelde de laatste jaren in mijn huis op vier wielen door Europa, maar nooit met een kind op de bagagedrager of bijrijdersstoel. Geen idee hoe ik me tot jonge mensen moest verhouden. Toch bleek de communicatieve gebruiksaanwijzing vrij eenvoudig: goudeerlijk. Door de kinderen op DOE kwamen de restjes sociaal wenselijk gedrag in mij vrij snel aan het licht. Er is oprecht contact, of niet.

Er is ook oprecht contact als nieuwe DOE-ers in de schoolkring welkom worden geheten. Er is ook oprecht contact als nieuwe samenwerkers in de schoolkring welkom worden geheten. Het raakte me enorm om te horen dat de leerlingen zoveel met me op hadden, terwijl ik gewoon doe wie ik ben. En dat 25 keer. Ik onderging de oefening in liefde ontvangen met kippenvel en natte ogen en was sprakeloos toen ik nadien het woord kreeg. Het was de drukst bezochte én meest memorabele schoolkring die ik had meegemaakt. Totdat ik vorige week maandag andermaal bij de schoolkring aanschoof.

Er werden wederom mensen welkom geheten op DOE. Nieuwe leerlingen, tieners, in dit geval. Als altijd kregen alle aanwezigen de gelegenheid om iets te zeggen. Wat er gebeurde, bracht me een gevoel van ontzag. Stilte van binnen; kippenvel en natte ogen van buiten.

Als ik terugkijk op mijn tienerjaren, dan zie ik dat ik echt met mezelf worstelde. Zonder überhaupt te weten dat ik met mezelf worstelde. De omgeving waarin ik zat maakte geen aanspraak om dat te achterhalen. Ik was er wel, maar of ik écht was wie ik was… De tieners in deze schoolkring weten hun kern al wel te zitten. In alle openheid spraken de schoolgenoten hun oprechte waardering voor elkaar uit. Het plezier dat ze samen beleven en de invloed van de ander op hun eigen leven. Soms met een brede grijns en soms met enorme kwetsbaarheid. Altijd vanuit het hart. Het reflectievermogen, de vaardigheid om gevoelens te verwoorden, de ongecamoufleerde puurheid, ongekend. Zó echt. Het welkomstmoment liet me wederom sprakeloos achter. Dit is wat mensen mens maakt. Welkom op DOE.

Levenslessen op het Centre Court

Toen de bouwers hun kapriolen in de gymzaal hadden gestaakt, en de schuimrubberen blokken en matten terug in de daarvoor bestemde rolcontainers plaatsten, bleef een van de energieke krullenbollen stilstaan. Hij keek me vragend aan. Zijn makkers verlieten de hal. Hij liep naar me toe. Op zo’n moment begin ik voortaan bij voorbaat vanbinnen te lachen. Ik heb inmiddels door dat kinderen me echt álles kunnen vragen en ik was razend benieuwd naar hetgeen er in het koppie van mijn jonge vriend omging. Ik hou van die onvoorspelbaarheid. Dit zijn de momenten waarop een dag een alles veranderende wending kan krijgen. Het zevenjarig kereltje hield me niet lang in spanning: “Eric, ik wil nog even tennissen. Wil je meedoen?”

Ik hou van fysieke beweging. Ik vind het heerlijk om te voelen hoe mijn lijf reageert, de balans en controle in mijn lichaam te vinden en de uitdaging op het gebied van kracht en uithoudingsvermogen aan te gaan. Helemaal als ik daar een schoolgenoot mee kan ondersteunen. Met enthousiasme keek ik toe hoe de kleine man zijn coördinatievermogen binnen no-time ontwikkelde, en ik leerde daar op mijn beurt zo op in te spelen dat hij zijn racket en bal zonder al te veel technische details kon ontdekken. Ik waande me op Wimbledon. De finale. Matchpoint. Totdat zijn moeder in de deuropening van de gymzaal verscheen. Het was 16:00u. Tijd om naar huis te gaan. De krullenbol wilde blijven, maar ook op DOE duren schooldagen niet voor eeuwig.

Roger Federer junior wist me enkele dagen later weer te vinden. Hij stond te popelen om het Centre Court van de school opnieuw te betreden. Ik ook. Maar ik had nog wat dingen op het programma staan: een bijeenkomst over de officiële opening van de school en het bedenken van een toneelstuk met de meiden van de toneelkring. Dat legde ik hem uit. En ik zei dat ik om 12:30u, na de lunch, dolgraag een zinderende pot zou willen spelen. Deal? Deal!

Iets voor 12:30u zat ik zenuwachtig in de kleedkamer. Door m’n klamme handen kreeg ik mijn schoenveters amper gestrikt. Het lukte nadat ik mezelf in de spiegel indringend had toegesproken. Ik was niet zeker van mijn zaak. Ik sloeg een kruisje voor het binnenstappen van de hal en toucheerde de lijn van het speelveld alvorens ik aan een intensieve warming-up begon. Ik vreesde genadeloos van de baan geslagen worden. Maar dat gebeurde niet. Ik trok de zaaldeur na enkele minuten alweer achter me dicht. De speelse jongen was niet op komen dagen. Toen ik naar buiten keek, zag ik hem helemaal opgaan in een live action role playing-avontuur.

Het is helemaal oké als iemand erachter komt dat iets anders belangrijker is dan vooraf bedacht. Superfijn zelfs. In vrijheid komt een mens er gaandeweg de tijd achter waar hij of zij écht voor wil leven. Het is echter niet oké als je een afspraak hebt gemaakt met iemand en die persoon niet op de hoogte brengt als je plannen veranderen. Want dan rekent die persoon voor niets op je. Zoiets vertelde ik de eigen koning toen hij me 40 minuten na de oorspronkelijke aanvangstijd ongeduldig kwam vragen om mee de baan op te gaan. Ik zei hem ook dat ik nog steeds wilde tennissen, maar inmiddels met iets anders bezig was. Dat ik nu niet op stel en sprong mee wilde, hoe teleurgesteld hij daar ook over was. Dat ik de toeschouwers rond het Centre Court daarna met hem zou kunnen vermaken, om 14:00u.

De kleine man had helemaal geen zin om nog een keer te wachten en onderging de consequentie van zijn eigen keuze rusteloos. Hij baalde. Hij verloor me geen moment meer uit het zicht. De klok ook niet. Het wachten duurde héééél lang, maar hij wilde onze afspraak niet nog eens missen. Hij wilde er de tweede keer per se bij zijn. En toen ik me wederom in spanning prepareerde voor wat vertier in de gymzaal, was mijn compagnon wél van de partij. Het stadion zat nog vol toen we anderhalf uur later dan gepland alsnog oog in oog stonden. De ene weergaloze rally volgde na de andere. Het publiek stond op de banken. Ik genoot van de toenemende fysieke controle van de onbevangen krullenbol. Federer in spé liet in enkele sets opzienbarende vorderingen zien. Toch had hij de grootste les van de dag wellicht buiten de tennisbaan geleerd: in alle vrijheid die het leven biedt, ben je zelf verantwoordelijk voor je doen en laten. Dus wat wil je echt? En ben je bereid daarvoor te gaan? Ik kijk uit naar het moment van aanvang van onze volgende finale.

De koning heeft me inmiddels gevraagd om hem elke maandag om 12:00u op te halen, want de tijd bijhouden is nog een lastig ding. Ik vind het fantastisch om te zien dat hij initiatief neemt om te kunnen doen wat hij wil doen. Tot maandag!

Toneelles

Ze stond te wachten in de hal en keek verward om zich heen. Na een aantal jaren op een reguliere basisschool was ze op haar zevende op DOE040 – Democratisch Onderwijs Eindhoven – terechtgekomen. Het idee van DOE: leven in vrijheid en leren door het volgen van je eigen nieuwsgierigheid. DOE was net opgericht en geopend en het meisje behoorde tot de eerste lichting leerlingen. Met enig ongeduld keek ze rond. “En nu?” dacht ze. Ze wachtte op het moment waarop iemand haar zou vertellen dat ze iets moest gaan doen.

Zo had ze dat geleerd op de reguliere basisschool: de volwassenen geven de opdrachten en de kinderen voeren het uit. Na enkele jaren naar de juf en meester luisteren zat die uitvoerende rol al zo in haar systeem dat ze vergeten was dat het anders kon. Ze was vergeten dat ze zelf iets wilde. Zonder het te beseffen was het speelse kind verandert in een passief en volgzaam mens dat afstand had genomen van het uiten van haar creativiteit. Daar stond ze dan, te wachten. Op een plek waar niemand haar zou vertellen wat ze moest gaan doen.

Op DOE werd het patroon van wachten op op te volgen instructies rigoureus doorbroken. Het meisje kreeg de touwtjes van haar leven weer in eigen handen, en haar eerste reactie was wat onwennig. Eén van de meest vruchtbare gemoedstoestanden volgde: verveling.

Democratisch onderwijs werkt op basis van zogeheten ‘kringen’ waarin besluiten worden genomen. In die kringen heeft ieder lid van de school een gelijkwaardige stem, ongeacht de leeftijd. De ‘schoolkring’ is het hart van de school en komt wekelijks bijeen om nieuwe regels (moties) te behandelen, en daar kan dus letterlijk iedereen over meebeslissen. DOE werkt met de consent-methode. Dat wil zeggen dat een motie enkel wordt aangenomen als alle aanwezigen ‘consent’ gaan en daarmee aangeven dat ze geen overwegend beargumenteerd bezwaar hebben. De te bespreken moties worden van tevoren gecommuniceerd. Ben je niet aanwezig? Dan was iets anders op dat moment blijkbaar belangrijker en beslis je niet mee.

Via de schoolkring zien ook hulpkringen het licht. Zij krijgen dan het mandaat om besluiten te nemen over specifieke onderwerpen. Zo is er op DOE onder andere een redactiekring, een boerderijkring en een gamekring. Iedereen die een bepaald initiatief voor ogen heeft en neemt, kan zo’n kring in het leven roepen. Sommige kringen bestaan sinds de oprichting van de school en andere kringen worden na een korte periode van enthousiasme weer op non-actief gesteld. Het kan allemaal, naar gelang de innerlijke vonk van de mens. Dat is de dynamiek van school.

Het meisje dat in de hal stond te wachten, besloot na enige tijd van verveling iets te doen wat ze leuk vond. En, ja: dat vond ze leuk. Vervolgens kwam ze weer terug naar de hal. Nog steeds was daar niemand die haar vertelde dat ze iets moest gaan doen. Daarom koos ze er opnieuw voor om iets leuks te doen. Hoe onwennig ook. Eigenlijk beviel het haar wel. Ze ging opnieuw iets leuks doen. En opnieuw. En opnieuw.

Inmiddels is het 3 jaar later. Voor het tienjarige meisje is het een gewoonte geworden om haar hart te volgen en haar creativiteit de vrije loop te laten. Dat doet ze dagelijks. Daar heeft ze alle tijd voor. Zo rollen haar zelf geknutselde en geschreven weekbladen als warme broodjes het atelier uit en verschenen we tijdens het jaarlijkse zomerfeest met een gemêleerd gezelschap op het podium om een fantasierijke versie van Roodkapje te spelen. Tijdens het repeteren van het toneelstuk werd het volgende ‘leuks’ geboren. Toneelles.

Samen met mij schreef ze een motie voor een toneelkring. Afgelopen maandag presenteerden we ons voorstel aan de schoolkring en gingen alle aanwezigen opgetogen ‘consent’. Een high-five later zetten we onze eerste les in elkaar en op dinsdag stonden we voor een groep kinderen met leeftijden tussen de 5 en de 14 jaar. Om de beurt leidden we de fanatieke acteurs door de oefeningen heen. We hebben er allemaal van genoten. Het meisje dat ooit in de hal stond, verward om zich heen keek en uit verveling maar iets leuks ging doen, is de grondlegger van een nieuw DOE-hoogtepunt: toneelles, elke dinsdag om 14.00u.