Intrinsieke motivatie op school en thuis

Wat een bijzondere tijd. Zowel voor de kinderen en ook voor mij als moeder van 3 jongens Tijn (10), Bas (8) en Guus (3).

Vanaf het begin van deze ‘Corona’ tijd pluk ik de vruchten van het feit dat ze dit schooljaar gestart zijn op DOE. In plaats van dat ze wachten totdat ik zeg wat ze moeten doen, bedenken ze zelf wat ze willen doen. Tijn wil leren blind typen, Bas wil leren lezen en schrijven. “Dat heb ik namelijk nodig als ik ook blind wil leren typen,” zegt Bas. Samen met Tijn ga ik op zoek naar een typecursus, voor Bas zoeken we een manier waarop hij kan leren lezen en schrijven. Ik begin met verplichte lessen, iedere dag om 10 uur. Bas lijkt wel allergisch voor verplicht want meteen heeft hij er geen zin meer in. Ik laat het los leg de verantwoordelijkheid terug bij henzelf. Vanaf dat moment pakt Bas met plezier zijn Donald duck en zorgt Tijn dat hij de modules op tijd afrond. Voor de rest is het spelen, samen met vriendjes uit de straat, met elkaar en meedoen met de klusjes die in huis te doen zijn. Zoals de start van de moestuin, bakken, koken, kikkervisjes vangen, ruzie maken, opruimen, poetsen en vooral veel spelletjes spelen. Op het moment dat er online aanbod kwam vonden ze dat interessant. Het contact met vriendjes, vriendinnen en samenwerkers van DOE missen ze. Toch is dit niet de manier van contact waar ze echt blij van worden. Ze zijn dan ook heel blij dat het echte contact er weer aan zit te komen. Bang voor een in de media veel besproken leerachterstand ben ik niet, eerder ben ik blij met de doorgemaakte groei en hebben de kids mij laten zien wat leren is vanuit intrinsieke motivatie. Al met al bevestigt deze tijd voor mij de schoolkeuze, dat DOE de manier van leren/ leven is, die ik ieder kind gun.

Omzetten

Lezen in het ontdeklokaal

Een tijdje geleden zaten we met veel ouders van de ‘ontdekkers’ samen omdat er wat onrust was ontstaan doordat in korte tijd drie leerlingen (die al sinds de oprichting op DOE zaten) van school zijn gegaan door verschillende redenen. Het was mooi om te zien dat het samenzijn erop was gericht te kijken hoe de verbinding tussen school, de ouders en de kinderen verbeterd kon worden, in plaats van in een negatieve sfeer terecht te komen. Deze manier van omzetten, samenwerken en verbeteren spreekt ons, als ouders van twee meiden in de ontdekkersleeftijd, erg aan. Dan besef je weer eens des te meer dat we deel uitmaken van een bijzondere school, want waar maak je dit nou mee?
Wij hebben als ouders van Mare en Sterre vanaf de kleuterleeftijd bewust voor DOE en haar visie gekozen. En uiteraard zijn er wel een twijfels over de uitvoering en is er ook wel eens een gevoel van oneerlijkheid als het over financiële steun vanuit de overheid gaat (zowel voor het feit dat de vergoeding voor de samenwerkers zo laag is als voor het feit dat er een hoge schoolbijdrage voor ouders is).
Maar de twijfels zetten we om in bewondering. Het is toch fantastisch om te zien wat DOE in een korte tijd wel heeft bereikt voor een groeiend aantal leerlingen. Een school in ontwikkeling en met beperkte middelen die ervoor zorgt dat onze kinderen in vrijheid en met plezier naar school gaan.
Het is een mooie bevestiging voor onze keuze om te zien te zien dat Mare en Sterre met zoveel plezier naar school gaan, elke dag. Soms de hele dag buiten spelen, soms de hele dag op de Doederij, dan weer uren in de gymzaal of de werkplaats en het atelier. Er wordt aan theater- en muziekles meegedaan en noem maar op. Ook de dagelijkse taallessen willen ze voor geen goud missen, wat zich dan ook thuis vertaalt in het vrijwillig lezen van boeken (wij moesten vroeger zoveel lezen dat de lol ervan af is…) en momenteel is rekenen helemaal ‘hot’. Met een groepje ontdekkers wordt een heel rekenboek in een week tijd doorgerekend, waarbij ze zichzelf huiswerk opleggen. Voor het slapen gaan en bij het opstaan wordt er even een bladzijde afgerond.
We merken echt dat onze kinderen zich vanuit intrinsieke motivatie ontwikkelen op een natuurlijke manier. En dat maakt dat twijfels meteen weer worden omgezet in vertrouwen in de school, samenwerkers, onze kinderen en ook in onszelf.
Door als ouder deel te nemen aan de Ouderkring, het organiseren van het Oudervuur en geregeld vrijwilligerswerk te doen op de Doederij voelen wij ons als gezin echt deel van de community en genieten we hier alle vier volop van!
En wat betreft de financiën, dit onderwijs van de toekomst zal toch wel een keer gezien worden in Den Haag??? Eerlijkheid duurt het langst…

It takes a village to raise a child

Op het moment dat ik de eerste informatiebijeenkomst van DOE bezocht had ik het gevoel dat we deel konden gaan nemen aan een heel mooi initiatief. In de huiskamer van Jacqueline werden destijds de eerste stappen gezet van van een spannende reis. En nu, bijna vier jaar later, ben ik ontzettend dankbaar dat we toen op onze intuïtie hebben vertrouwd. Dat we aan een reis durfden te beginnen terwijl we nog niet over de woorden beschikten om te beargumenteren waarom we hier aan begonnen. Die woorden moesten we immers nog verzamelen door ervaringen op te doen tijdens onze reis.

Wel had ik vertrouwen in onze kinderen, in hun eigenheid en nieuwsgierigheid. Het raakte me dat hier zo weinig ruimte voor was op hun oude school. En dat ze alleen mee konden draaien in het reguliere systeem door een groot deel in te leveren van datgene wat hen uniek maakt.

Tijdens de eerste kinderjaren zag je dat alle ontwikkelingsstappen zich als vanzelf aandienden. Een continu proces van groei en beweging waarbij je als ouders steeds verrast werd door je eigen kind. Net wanneer je dacht dat je de ‘gebruiksaanwijzin’ te pakken had, kwam er een onverwachte wending en werd je als ouder uitgedaagd om je opnieuw te verhouden tot je kind. Waarom zou dit proces stoppen wanneer kinderen oud genoeg zijn om naar school te gaan? De overtuiging dat het beter is om een kind te ondersteunen tijdens deze processen in plaats van te beperken was groter dan de angst dat deze nieuwe school misschien geen bestaansrecht zou hebben.

Natuurlijk waren er ook twijfels. En vooral een heleboel vragen waar nog geen antwoorden op bestonden. Maar we sprongen, met het goede gevoel onder de arm, in het diepe. Ervan overtuigd dat we de antwoorden onderweg gingen tegenkomen. In plaats van antwoorden kwam ik er vaak achter dat ik nieuwe vragen nodig had en de grootste verrassingen kwamen uit hoeken waar ik helemaal geen vragen aan had gesteld.

Wat me bijvoorbeeld heeft verbaasd is de meerwaarde van de mix van alle leeftijden. Vooraf vroeg ik me af of er wel ‘genoeg leeftijdsgenootjes’ zouden zijn. In de praktijk bleek dat alle kinderen op DOE door elkaar bewegen als een grote familie. Je zoekt diegene op waarmee je wat te uit te wisselen hebt. Een gezamenlijke interesse is van groter belang dan dezelfde leeftijd delen.

Ik vond bijvoorbeeld onze oudste dochter Vlinder in het eerste jaar van DOE vaak terug in de zandbak als ik haar op kwam halen. Ze vertelde dat ze in de ochtend had leren schaken en was deze nieuwe vaardigheden in de middag aan het verwerken terwijl ze met water en zand buiten speelde. Dat schakelen tussen nieuwe werelden verkennen en daarna een stapje terug kunnen doen om deze nieuwe kennis te verwerken vind ik een enorme meerwaarde van het democratische onderwijssysteem.

Onze tweede dochter Lotus kwam op DOE toen ze in het reguliere onderwijs naar groep 3 zou gaan. Lotus draaide in die tijd vaak letters om en wilde de eerste maanden liever spelen dan leren lezen of schrijven. En op een dag was ze er opeens aan toe. Ze heeft in drie weken tijd iedereen die ouder was dan zijzelf het hemd van het lijf gevraagd over letters en woorden en ‘hoe je iets schreef’. Ze leerde zichzelf lezen en schrijven en was daar in het begin onzeker over, omdat ze dacht dat dit niet hetzelfde lezen en schrijven was wat je op een ‘normale’ school leerde. Opeens las ze overal, van etiketten op de pindakaas tot verkeersborden als we in de auto zaten. Ze was er op dat moment aan toe en wilde er alles van weten. Wat zou er gebeurd zijn als ze gedwongen was geweest om eerder te leren lezen en schrijven? Was dit goed gegaan of waren er problemen ontstaan? We zullen het nooit weten, maar ik durf wel te zeggen dat de intrinsieke motivatie om het te willen leren als een katalysator heeft gewerkt bij het opnemen van deze nieuwe vaardigheden.

Een term die vaak terugkomt als we ervaringen uitwisselen als ouders met kinderen op een democratische school is ‘ontscholen’. Onze kinderen krijgen de ruimte om te ontdekken wie ze zelf zijn. Ze worden uitgenodigd om na te denken over hoe ze zich verhouden tot zichzelf, tot anderen, de wereld en ja, dus ook tot hun ouders. Dat betekent dat je als ouder geacht wordt ook een doordachte mening te hebben. En dat is niet altijd gemakkelijk.

Wanneer ik met een buitenstaander praat over ons onderwijssysteem wordt vaak verondersteld dat kinderen hun uitdagingen, de dingen waar ze van nature moeite mee hebben uit de weg zullen gaan. En ik moet bekennen dat dat ook mijn opvatting was voordat we hier op school begonnen. ‘Angst’ en ‘vertrouwen’ zijn tijdens het ontscholingsproces de hele tijd in gesprek en soms is de een wat langer aan het woord dan de ander. Op de momenten dat we met ouders samen komen en in gesprek zijn over dit proces wordt het vocabulaire van mijn vertrouwen vergroot. De herkenning dat we als ouder allemaal met dezelfde vraagstukken bezig zijn geeft een gevoel van verbondenheid.

Op een avond dat we met alle kleuterouders samen kwamen voelde ik die verbondenheid in het bijzonder. Die avond bleek, door het uitwisselen van ervaringen, dat het tegendeel van de hier boven genoemde veronderstelling waar was. De kleuters bleken juist die activiteiten op te zoeken waar ze wat te leren hadden.

Zelf heb ik dat met onze eigen kleuter Lente ook ondervonden. Lente was een peuter die de hele dag door viel. Ze zat altijd onder de blauwe plekken en builen en had een slecht gevoel voor evenwicht. Toen Lente op DOE begon, heeft ze maandenlang hindernisbanen gebouwd. Waar ik in het begin nog bezorgd was of ze zich geen pijn zou doen, zag ik al snel dat ze heel goed wist waar ze mee bezig was. De hindernisbanen begonnen simpel met een paar krukjes en een kussen, maar werden steeds ingewikkelder en hoger. Laatst kwam ik haar ophalen en hing ze ondersteboven in het speelhuisje. Dit proces heeft ze helemaal zelf in gang gezet, ze wist precies wat ze wel en niet kon. Natuurlijk viel ze hierbij af en toe, maar de drang om te groeien, met vallen en opstaan kwam uit haarzelf en was niet te stoppen.

De Engelse uitdrukking ‘It takes a village to raise a child’ komt vaker naar boven wanneer ik op DOE rondloop. Wat een rijkdom dat onze kinderen zoveel inspirerende mensen om zich heen hebben om van te leren. En dat ze niet alleen van anderen leren, maar dat er ook van hen geleerd wordt. Het ontroert me wanneer ik zie dat onze kinderen zo zelfbewust zijn. Dat ze zichzelf op jonge leeftijd al heel goed kennen en kunnen aangeven wat ze nodig hebben. Dat we met zijn allen een omgeving ontwikkelen die continu in beweging is. Waarin je fouten mag maken van die fouten mag leren.

Het vertrouwen wat ik voelde toen we de sprong in het diepe waagden is alleen maar gegroeid. We zijn nog steeds onderweg op deze boeiende reis en daar ben ik intens dankbaar voor.

Onderwijs is meer dan naar school gaan

Mijn oudste zoon doorliep de basisschool met groot gemak, hij was op maandag klaar met zijn weektaak en kon de rest van de week dus redelijk zijn eigen werk en tijd indelen. Dat veranderde natuurlijk toen hij naar de middelbare school ging. Sla allemaal je boek open op blz. 73 en dan gaan we de komende 50 minuten dit doen. En de volgende 50 minuten gaan we dat opnieuw doen en opnieuw en opnieuw. Er was (en is) absoluut niets mis met zijn toenmalige middelbare school, maar de manier van leren past niet bij mijn zoon en mijn zoon niet bij de manier van leren.

Gelukkig blijkt de manier van leren van Democratisch Onderwijs wél aan te sluiten bij hoe hij kennis tot zich wil nemen! Hij ontdekte al snel waar zijn interesses lagen, wat hij wilde leren en hoe hij dat wilde leren. En dus haalde hij in 8 maanden studeren zijn vwo-certificaat voor scheikunde. Het jaar erna nog 6 certificaten op vwo niveau. Dit jaar behaalt hij de laatste vakken van zijn vwo diploma op de VAVO. Alleen omdat dit makkelijker te combineren is met de vakken die hij nu al volgt aan de TU/e. Na de zomervakantie hoopt hij te starten met 2 studies aan de TU in Eindhoven. Hij is dan 17 jaar.

Mijn jongste zoon vond de basisschool al niet leuk. Het was saai, de vakken oninteressant en hij verveelde zich. Cognitief kon hij de stof prima behappen, maar iedere reden was er een om niet naar school te hoeven. Nadat zijn broer 1 maand op DOE zat, is hij hem gevolgd. Voor hem was het veel lastiger om te ontdekken wát hij wilde, hoe hij het wilde, wat hij durfde en waar hij voor wilde gaan.

En voor kinderen die het lastig vinden om te ontdekken waar hun drive ligt, is democratisch onderwijs echt niet makkelijk. Mensen die ik hoor zeggen dat het voor kinderen zoooo makkelijk is omdat ze zelf bepalen wat ze mogen doen, realiseren zich niet hoe moeilijk het soms is om ook daadwerkelijk die verantwoordelijkheid te hebben. Je hebt bij DOE alle mogelijkheden om je te ontwikkelen, te ontplooien of te ontdekken, maar je moet wel zelf (met zoveel begeleiding als je zelf wil) aan de slag. Je hebt de mogelijkheid om je eigen ontwikkel- en leerproces vorm te geven en dat mag je op je eigen tempo doen. Mijn jongste zoon zit midden in dat proces. En dat proces is geen rechte lijn omhoog, maar ook bij hem heb ik volledig het vertrouwen dat hij zijn “ding” gaat vinden!

Als ik kijk naar mijn eigen schooltijd, dan ben ik daar prima doorheen gefietst. Ik kon uitstekend lesstof reproduceren tijdens een toets, maar vraag me nu iets van vakken als aardrijkskunde, geschiedenis of biologie en ik kan het je niet vertellen. Ik leerde voor de toets/examen en daarna vergat ik het weer. Alleen waren er 30 jaar geleden geen andere opties. School was school en daar moest je heen. Intussen zijn we, met mijn kinderen, een generatie verder en zijn er veel meer opties voor verschillende soorten onderwijs. Een van die soorten is democratisch onderwijs. En ik denk dat je goed moet nadenken of deze vorm van onderwijs bij jou, als ouder, en bij je kind past. Je moet er als ouder namelijk tegen kunnen dat je niet 3 keer per jaar een blaadje krijgt waarop staat hoe goed of slecht je kind het doet in vergelijking met andere kinderen van die leeftijd. Je moet je kind kunnen loslaten en erop vertrouwen dat hij of zij zélf zal ontdekken wat en hoe het wil leren. Je moet erop vertrouwen dat je kind alles kan leren als het intrinsiek gemotiveerd is. Als dat niet is waar je zelf, als ouders, in gelooft, dan moet je je echt afvragen of democratisch onderwijs en DOE bij je past.

En geloof me, dat loslaten is echt niet altijd makkelijk. Tenminste, IK heb dat niet altijd als heel makkelijk ervaren. Gelukkig was er dan ruimte en tijd van een samenwerker van DOE om het gesprek aan te gaan. Ik denk dat ik een behoorlijk kritische ouder ben, en ben blij met democratisch onderwijs en met DOE!

De afgelopen jaren ben ik lid geweest van de Ouderkring (een vertegenwoordiging van ouders in de school) en ik ben sinds eind 2016 lid van de OntwikkelReflectiekring (houdt zich bezig met de manier waarop we de ontwikkeling monitoren en reflectiemethoden verbeteren).

Het vuur ontvlamt

Emiel is op 5 april 2017 gestart op DOE040. Op dat moment zat Emiel in havo 2 van een reguliere middelbare school. We zijn naar een alternatief gaan zoeken, omdat Emiel zich duidelijk niet op z’n plek voelde. Niet alleen zijn ernstige dyslexie speelde hem parten, hij raakte ook steeds meer geïsoleerd op school. Of misschien hingen die twee dingen wel samen. Om de dyslexie te compenseren zat Emiel op huiswerkklas en daar werkte hij heel hard en serieus. Als hij thuis kwam om 18:15u zag hij vaak zo bleek als een vaatdoek.

Wat we ook vreselijk vonden om aan te zien, was dat zijn nieuwsgierigheid totaal weggeëbd was. Als kind in groep 3 kon je met hem discussiëren over allerlei onderwerpen. Hij liet steeds merken veel feiten te kennen, waarbij wij vaak dachten: ”waar heeft ie dat nu weer opgestoken?” Buiten in de natuur zag hij fazanten ver weg in het veld zitten. Einde groep 8 was hier al niet veel meer van over, maar hij ging toch nog met een havo/vwo citoscore naar de middelbare school. Na anderhalf jaar havo was Emiel helemaal afgevlakt.

De vrijheid binnen DOE040 was dan ook een zegen, zou je denken. Emiel ging, zoals al was voorspeld, eerst eens bijkomen. Hij kletste veel en speelde spelletjes. Wij als ouders hebben het toen juist moeilijk gehad. “Ga een leuk project doen. Want ‘niks doen’ had je op een gewone mavo ook wel gekund. Pak de kans die wij je hier geven.” Enfin, je snapt wat ik bedoel. DOE040 is tenslotte niet gratis.

De weken gingen voorbij. Emiel had het enorm naar zijn zin. Elke dag fietste hij 22 km heen en 22 km terug. Hij beschrijft die periode nu als rust. Tegelijkertijd begon hij te groeien. Niet alleen mentaal, maar ook fysiek. Of het waar is zullen we nooit weten, maar voor ons is het beeld ontstaan dat de druk van school hem klein had gehouden. Hij was één van de grootste in groep 2, en één van de kleinste in groep 8. Op het moment dat hij van de havo ging, staken de anderen een kop boven hem uit. Inmiddels is dat in iets meer dan een half jaar bijgetrokken. Dat zou natuurlijk toeval kunnen zijn.

Maar het was geen toeval dat hij groeide als persoon. Waar hij eerst bij geringe tegenslag in huilen uitbarstte, staat er nu een rustige puber. De puberhumor die daarbij hoort nemen we graag voor lief. Toen we deze ontwikkeling gingen zien, konden wij ook zonder spanning kijken naar zijn ontspannen dagen. Toch heeft hij in die eerste maanden ook wel dingen geleerd, zij het op onorthodoxe wijze. Engels van gamevloggers en Roza; zijn mening verwoorden; lunches verzinnen, kopen, maken en verkopen in de schoolbar; en hier en daar een les geschiedenis en maatschappijleer.

In aanloop naar het Beeldvormend Gesprek (BVG) van december had Emiel aangekondigd voor 2018 grote plannen te hebben. Hij had inderdaad een lijstje met lessen die hij wilde gaan volgen. Eenmaal in januari bleek hij toch ergens een drempel over het hoofd gezien te hebben. En toen kwam hij op een dag helemaal enthousiast thuis: “we gaan een auto bouwen.” Samen met Jasper en in eerste instantie nog wat anderen, had hij het vuur gezien. Een oudere leerling had zoiets ook al eens gedaan en zou helpen. Zelf slijpen met een slijptol, boren in metaal, zagen met een decoupeerzaag en kijken als Luc (leerling van 17 jaar) staat te lassen zijn natuurlijk zeer leerzame activiteiten. De maten namen ze zelf op en tekende ze uit op de materialen. Het motorblok moet nog worden gekocht. Ze zijn al aan het kijken wat er te koop is. Zo’n bevlieging is goud waard. Prachtig om het vuur in zijn ogen te zien. Helaas was het de afgelopen dagen te koud om buiten te werken, dus ligt het werk even stil.

Voor ons als ouders blijft het spannend wat Emiel straks, na DOE040, gaat doen. Hoe zal hij zich voor een opleiding kwalificeren? Ik zou liegen als ik zou zeggen dat me dat niet bezighoudt. Gelukkig weet ik wel dat hij er als een sterker mens uit komt. Als je het Emiel vraagt, dan is kwalificatie voor een HBO opleiding niet meer zijn eerste gedachte. Boeken schrikken nog steeds af. Hij bouwt het liefst dingen, is graag buiten. Een route via een MBO-opleiding lijkt ‘m wel wat. Dan moet hij wel een havo 3 kwalificatie halen, hebben we begrepen. Daar ziet hij nu nog tegenop, maar wij zijn ervan overtuigd dat als hij eenmaal in zijn kop heeft wat hij wil, die kwalificatie er ook gaat komen. En misschien ook nog wel eens in een verrassend hoog tempo.

Vol vertrouwen

Even voorstellen: ik ben Erik, 54 jaar. Margriet en ik hebben samen vijf kinderen waarvan er twee op DOE zitten. Ik ben zelfstandig gevestigd financieel planner en help mensen met het inrichten van hun financiën. Daarnaast voer ik voor hen de onderhandelingen met banken en verzekeraars. Een mooie combinatie van analytisch denken, creativiteit (bij het zoeken van oplossingen), doorzettingsvermogen (bij het implementeren van de gevonden oplossingen) en nauw contact met mensen. Tijdens de laatste infokring borrelde er aan het einde van de bijeenkomst een zinnetje bij me op dat ik nog graag wilde delen met iedereen. “Toen ik als ouder voor het eerst bij DOE kwam had ik vertrouwen in de school. Nu heb ik vertrouwen in mijn kinderen.”

Het vertrouwen in de school kwam schoorvoetend. Want: “Hoe gaat dat dan in z’n werk? Kan je echt alleen maar doen waar je zin in hebt? En wat nou als ze de hele dag gaan gamen? Of op hun luie krent gaan zitten? Hoe weet je nu of ze wat leren? Geen proefwerken, wàt?!”

Al snel kwamen er (voor mij) potentiële jeukwoorden in het gesprek als ontscholen, kringen en sociocratische besluitvorming. Begrippen waar ik als ouder op dat moment nog helemaal niks mee had. Tegelijkertijd kwam er wel visie op tafel. Over intrinsieke motivatie, gedrag, eigen potentieel, omgaan met elkaar, grenzen stellen, spelend leren en de onmogelijkheid van niet-leren. Allemaal punten die ik als ‘waar’ herken want toevallig werkt het voor mij net zo. Wat voor ons de doorslag gaf is dat elke samenwerker die visie in eigen woorden uitdroeg. Telkens dezelfde overtuigde boodschap. Voor mij het kenmerk van bevlogenheid.

Onze jongste dochter maakte in groep 2 kennis met DOE. Toen haar reguliere juf haar vroeg met wie ze graag naar groep 3 wilde doorstromen vertelde ze dat ze niet naar groep 3 ging, maar naar DOE. Dochterlief had haar keuze al gemaakt. ‘Ontscholen’ was voor haar niet echt nodig.

Dat ‘ontscholen’ is een kapstokwoord dat veel wordt gebruikt in de communicatie rond democratisch onderwijs. Voor mij betekent het inmiddels: loslaten van de vaste matrix hoe kennis wordt verworven. We zijn van oudsher gewend om ontwikkeling te toetsen met leeftijdsafhankelijke ijkpunten. Als je 6 jaar bent, leren we je lezen en rekenen. Als je 8 jaar bent leren we je grammatica. Met 12-13 komen de vreemde talen en het moeilijkere rekenwerk, enzovoort. We leren echter allemaal verschillend. Die willekeurig gekozen tijdstippen zitten vaak vreselijk in de weg.

Onze zoon was 12 jaar toen hij kennis maakte met DOE. Regulier (Montessori) onderwijs afgerond, door naar de VWO brugklas op de middelbare school. In dat brugjaar begon zijn nieuwsgierigheid steeds meer te schuren met de leerstof. Hij kwam steeds gefrustreerder thuis omdat wat hem bezig hield niet was wat hem werd aangeboden. Die moest dus wel ‘ontscholen’.

Op DOE stortte hij zich met zijn hele ziel en zaligheid op Minecraft, een bouw- en exploratiegame, en hoorde al snel tot de hardcore ‘gamers’. Gamen heeft een aantal voordelen: het biedt een vertrouwde vaste structuur, je wordt geconfronteerd met uitdagende puzzels/hindernissen die je moet oplossen, je moet samenwerken om verder te komen, falen heeft geen blijvende consequenties en het leert je dat je met doorzetten tot het resultaat kan komen dat je nastreeft. Als spin-off leerde hij binnen een paar maanden Engels (niveau conversational skills).

Het gamen werd na verloop van tijd echt een issue binnen school. De game-‘werkdagen’ werden steeds langer en er sloop ongewenst gedrag in de groep. In de gamekring werd er beleid bepaald. Zoonlief werd zeer bedreven in de vergaderstructuur van de sociocratische besluitvorming en woonde iedere gamekring bij. Afspraken werden gemaakt en waar nodig bijgesteld. Toch was dat niet genoeg. In de aanloop naar de verhuizing werd door school een gamestop ingelast en werd Novadic Kentron gevraagd om informatie te geven over o.a. gameverslaving.

Na de gamestop waren vooral de gamers het er over eens dat ze niet terug wilden naar de ‘oude’ situatie. Het gamebeleid ontwikkelde naar schermbeleid en van een algemeen beleid naar persoonlijk beleid. Afspraken die je met jezelf maakt hoe je op een gezonde manier omgaat met display-media. Geweldig om te zien hoe mensen van 13-14 jaar verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen gedrag en zichzelf daarin sturen. Daar kan menig volwassene nog een puntje aan zuigen. Vlak daarbij de invloed van sociocratische besluitvorming niet uit. Het dwingt je om je gedachten te ordenen en te formuleren en om te luisteren naar anderen. Een besluit is altijd een gedragen besluit. Iedereen moet consent zijn. Als je niet alle kikkers in de kruiwagen hebt, kom je niet tot zaken. Goed weten wat een ander vindt en wil is essentieel. Het biedt ook de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op wat er op school gebeurt. Sinds dat kwartje viel is hij vaste deelnemer bij heel veel kringen.

DOE is een fenomenale ontdekkingsreis. Niet alleen voor onze kinderen. Als ouders ontwikkelen we met hen mee. Vol vertrouwen.