Waarom ik tienermeisjes een school als DOE gun!

Onze Aannamekring is kortgeleden bij elkaar gekomen en heeft extra leerlingen in de tienerleeftijd gevraagd om hier ook bij aan te sluiten, want we hebben een uitdaging…

Al sinds jaar en dag blijken meer jongens in de tienerleeftijd hun weg naar DOE te vinden dan tienermeisjes, maar de afgelopen tijd is de verdeling wel heel scheef geworden: minder dan 10 meisjes en meer dan 30 jongens in de leeftijd van het voortgezet onderwijs bij DOE.
Zonder te veel te willen generaliseren, want de verschillen tussen meisjes en jongens onderling zijn misschien wel veel groter dan dat ze gemiddeld van elkaar verschillen, zoeken we toch naar oorzaken en hoe we hierop in kunnen spelen in onze werving.

Er wordt van alles genoemd. Meisjes lopen minder vaak vast in het reguliere systeem, waardoor ze ook niet op zoek gaan naar andere mogelijkheden en daarom niet van het bestaan van onze school weten. Meisjes hechten misschien wel meer waarde aan een diploma dan jongens. Een van de leerlingen benoemt ook dat een school als DOE misschien meer in de behoefte van jongens voorziet, dat zij misschien de vrijheid die DOE biedt, wel meer nodig hebben dan meisjes.

Dat triggert mij, want wat had ik graag als tienermeisje op een school als DOE gezeten! Ik liep niet vast in het reguliere onderwijs, haalde netjes in zes jaar mijn VWO-diploma, maar dat wat je echt nodig hebt om je goed staande te houden in de ‘echte’ wereld, leerde ik pas veel later. Dat leerde ik de afgelopen jaren bij DOE.

Bij DOE is namelijk niet het curriculum het uitgangspunt, maar je persoonlijke ontwikkeling. Dat betekent niet dat je geen diploma kunt halen. Integendeel, sommigen halen dit zelfs sneller dan op het regulier. Je haalt je diploma echter niet omdat het moet of omdat het van je verwacht wordt. Als je een diploma haalt, doe je dat, omdat het past bij jouw doelen en jouw ontwikkeling.

Misschien passen meisjes zich gemiddeld gezien wel makkelijker aan, maar wat als dan vervolgens in de ‘echte’ wereld van je wordt gevraagd dat je zelf initiatief neemt en je eigen grenzen goed bewaakt. DOE lijkt op zoveel manieren meer op de echte wereld dan we gewend zijn van een school, dat ik me wel eens afvraag, waarom zo vaak de vraag wordt gesteld hoe onze leerlingen zich straks gaan redden in de ‘echte’ wereld.

Ik heb ervaren dat onze leerlingen zich door de sociocratische besluitvormingsprocessen goed leren uitdrukken, ze leren goed naar anderen luisteren en andere perspectieven innemen. Ze leren om goed voor zichzelf te zorgen, zonder anderen uit het oog te verliezen. Ze leren goede keuzes maken, juist omdat ze ook keuzes mogen maken, die soms minder goed uitpakken. DOE is een school die ik iedere leerling gun, zeker de tienermeisjes die zich zo goed kunnen aanpassen!

In een democratisch land verwacht je toch democratische scholen?

Ik ben blij dat wij in een vrij land wonen. Uiteraard klagen veel mensen over ‘de politiek’, over van alles en nog wat en er is altijd wel iets waar je ontevreden over kan zijn. Toch ben ik blij dat ik in een democratisch land woon waar ik vrij ben mijn eigen keuzes te maken. Zeker ten opzichte van mensen in sommige andere landen.

In een democratisch land verwacht je democratische scholen. We leiden immers kinderen op om later, als ze groot zijn een zelfstandige, verstandige en zelfredzame burger te zijn. Als ik om me heen kijk, is dat maar matig gelukt. Voor zo’n welvarend land zijn er te veel mensen die het alleen en met elkaar niet zo goed redden. Er zijn 16.000 geregistreerde thuiszitters, kinderen die niet naar een school kunnen. Terwijl we allerlei vormen van scholen hebben en ook nog eens vrij zijn om zelf een school te starten. Dat is redelijk uniek in de wereld. De toename van mensen die antidepressiva slikken neemt gestaag toe, vooral ook jongeren onder de 18 jaar. Lange wachtlijsten bij de jeugdzorg en te veel kinderen die niet goed kunnen lezen en/of rekenen. Hoe kan dat nou na 12 tot ca 16 jaar onderwijs?

Daarnaast hoor ik ondernemers klagen dat veel jonge mensen die in hun bedrijf komen verwend zijn, eisen stellen en ze nog helemaal intern opgeleid moeten worden. Ondertussen willen mensen wel allemaal veel geld verdienen. Dat is blijkbaar het mantra; goed leren, hoge punten halen, naar zo hoog mogelijk onderwijs en dan vind je die baan, verdien je veel geld en ben je gelukkig. Ik snap niet dat er nog steeds mensen zijn die dat geloven. Kijk om je heen.

Waarom is er geen gelegenheid op de Nederlandse scholen om met je vrijheid om te leren gaan? Ik zeg altijd als je iemand veel wilt leren over aardrijkskunde kun je daar over praten, les geven, boeken geven. Maar als je iemand wil leren wat vrijheid is en hoe je daar verantwoordelijkheid voor kunt nemen, moet je hem of haar vooral veel vrijheid geven. Pas dan kun je zien of iemand ook die verantwoordelijkheid neemt of daar nog iets te leren heeft.

Als we willen dat kinderen keuzes kunnen maken en verantwoordelijkheid (leren) nemen, moeten we kinderen daar ook de ruimte voor geven. Leren wat je mening is, wat je voelt, waar je grenzen liggen, waar de grenzen van de ander liggen om vervolgens je stem te gebruiken dit alles met respect te delen met anderen. En niet zoals in de politiek in de sfeer van voor en tegen of winnen en verliezen maar gewoon samen! Win-win, waarbij de besluiten gedragen worden en iedereen er mee kan zijn. De uitspraak is dat je niet iedereen tevreden kan maken. Ik denk wel tevreden genoeg om een besluit te dragen. Door niet meer te werken met een systeem waar mensen voor of tegen stemmen maar waar door middel van een consent een gedragen besluit genomen wordt kan de wereld werkelijk veranderen. We kunnen beginnen bij het begin en dat is school.

Leer kinderen hun stem op een respectvolle wijze te gebruiken vanuit vrijheid. Help ze bij het nemen van verantwoordelijkheid en geef ze vooral veel tijd samen! Ze leren niet alleen van juffen en meesters. Ze leren vooral heel veel van elkaar, ouders, omgeving en internet en inderdaad ook van juffen en meesters. Maar de situatie nu, dat leerkrachten of docenten de hele dag voor jou bepalen wat je moet doen, hoe je rooster is, wanneer je mag eten en drinken, wanneer je naar de wc mag, bij wie je in het groepje moet, wanneer je je moet bewijzen met een toets, dat je moet sporten terwijl kinderen je uitlachen, omdat je misschien onhandig bent of wat dikker dan de rest. Wat doet dat met een jong mens? Wat een frustratie bouwt daar op! En wanneer komt dat er weer uit? Vaak jaren later en we leggen geen verband.

Dus ik zeg vanaf morgen elke nieuwe school die in Nederland start is democratisch. Kinderen krijgen een gelijkwaardige stem. Ze krijgen vrijheid om zich naar eigen aard en authenticiteit te ontwikkelen. Geen dwang zonder gelijkwaardige afspraken. Ze zijn vrij om van elkaar te leren. Te ontdekken wie ze zijn, welke talenten en welke competenties ze hebben. Democratisch onderwijs bestaat al meer dan 100 jaar. Het is geen experiment, het werkt en heeft zich al lang bewezen.

Onze school bestaat nu 6 jaar en ik zie het elke dag gebeuren. Kinderen die me aankijken en zeggen ‘mag ik echt zeggen wat ik wil? Mag ik echt gaan proberen mijn droom waar te maken? Krijg ik echt tijd om met andere kinderen te zijn en niet continue bekeken door volwassenen die eisen aan me stellen? Heb jij echt vertrouwen in mij, dat ik knap ben en heel goed ben in de dingen die bij me passen? Help jij mij echt mijn ouders te vertellen dat ze hun verwachtingen los mogen laten en in vertrouwen mogen zijn dat ik mij ga ontwikkelen? Mag ik echt buiten zijn als ik dat wil? Mag ik zoveel bewegen als ik wil, als mijn hele lichaam daarom schreeuwt? En zo stellen ze me wel 100 vragen op een dag en het antwoord op al deze vragen is JA!

Hoe gaat dat op een democratische school eigenlijk…

Net als alle andere scholen zijn wij blij dat de scholen weer open gaan binnenkort. In deze tijd dat het anders moest hebben ook wij een andere manier gevonden om contact te houden met de leerlingen. We vangen een paar dagen in de week kinderen op van ouders die elders hard nodig zijn of kinderen waar het thuis even niet zo goed gaat. Deze kinderen zijn dan op onze boerderij en de hele dag lekker buiten.

   

Zoals altijd is ook nu alles wat we aanbieden beschikbaar voor alle kinderen. Het grote verschil is dat het nu voornamelijk digitaal aangeboden wordt. Via het online platform Discord, waar we alle functionele ruimtes een plek gegeven hebben. Het wordt digitaal aangeboden maar de beleving is echt.  Leerlingen kunnen bijvoorbeeld in de keuken bij Lya op zoek naar recepten, of zelf een recept plaatsen met foto’s van hun gerecht. Ze kunnen er gezellig kletsen met de anderen in de keuken of via chat daar met elkaar communiceren. In de werkplaats is elke vrijdag techniekles, op dinsdag tekenen in het atelier en er zijn toneellessen met Debbie.

De leerlingen van de middelbare school kunnen via Discord lessen volgen. Er worden dagelijks lessen aangeboden. Voornamelijk de leerlingen die zich voorbereiden op een staatsexamen of een overstap gaan maken naar MBO, nemen hieraan deel. Ze geven aan dat het goed werkt en dat het concentreren thuis makkelijker gaat dan normaal op school.

Dagelijks is er ook een online meet voor de kinderen tussen de 4 en circa 12 jaar. Suzanne en Gabrielle verzorgen dan een uur waardevol contact. Een verhaaltje, liedje, samen kletsen en elke dag een raadsel of rebus. Daarnaast kunnen kinderen terecht als ze vragen hebben over het lezen of rekenen en daar niet uit komen. Sommige werken daaraan en anderen wat minder. Eigenlijk niets anders dan op een gewone schooldag bij DOE. Iedereen leert op eigen manier wat, wanneer, met wie en hoe ze dat zelf willen en bij hun past.

De mentoren houden contact met hun leerlingen en houden in de gaten of het goed met ze gaat. Ook de digitale ouderavond was goed bezocht.

Het is een vreemde tijd en we missen de kinderen enorm. Het lachen, het praten, het gedoe, de energie. Het is niet te vergelijken met een echte schooldag. Maar gezien de omstandigheden gaat het super goed. We maken er samen het beste van en de leerlingen zijn gewend initiatief te nemen als ze iets nodig hebben.

Fijn dat we snel weer open zijn en de basisschoolkinderen weer naar school kunnen komen. Helaas moeten de middelbare schoolleerlingen nog even wachten. Ondanks dat het voor ouders soms een hele opgave is om werk  te combineren met kinderen zo lang thuis, denk ik dat ze het ook wel gaan missen. Zoveel thuis met je kind(eren) komt niet vaak voor. De meeste mensen maken dat alleen mee als ze op vakantie gaan.

Niemand bij ons heeft het idee dat er kinderen zijn die achter lopen. In deze tijd komen andere dingen aan bod en ook daar ontwikkel je jezelf in. De ontwikkeling van een mens staat nooit stil. Vol vertrouwen gaan we straks weer open en pakken daar de draad weer op. Vakanties liggen bij ons niet vast dus daar hebben wij gelukkig geen last van. Ook de inlooptijd tussen 8 en 10 uur voorziet in een gespreide aankomst. Een groot gebouw en een grote boerderij. Voldoende meters voor gepaste afstand.

Ik wens onze collega’s in het bekostigde onderwijs veel succes. Voor hen is de uitdaging groter. Ik hoop dat vooral in Den Haag weer iets geleerd is over onderwijs en leren. Leren kan namelijk op zoveel manieren dat er echt wel meer regie naar de scholen zelf kan.

Vijf jaar DOE

 

IJsjes bij de start van het zesde schooljaar

In het voorbereidende jaar voor de start van de school was de eerste vraag van een van de journalisten ‘leuk zo‘n school, maar hoe zorgt u ervoor dat de school over 5 jaar nog steeds bestaat….?’ Tja, uiteraard gaf ik aan dat als ik de toekomst kon voorspellen, dat ik dan waarschijnlijk iets anders zou gaan doen. De journalist heb ik duidelijk gemaakt dat je niet alles opgeeft en investeert in een nieuwe school als je er niet zeker van bent dat het ook een succes kan worden.

We hadden immers goed onderzoek gedaan. Andere scholen bezocht, onderzocht waarom andere scholen het niet gered hadden, succesfactoren onderzocht en een onderzoek uit laten voeren onder oud-leerlingen van een gesloten Iederwijs school. Hoe was het hen vergaan en hoe keken zij terug op hun tijd? Een jaar lang zaten we wekelijks bij elkaar met een team van elf mensen om overal over na te denken, elkaar te leren kennen, visie vast te stellen en locaties te zoeken. Ik kan je vertellen ‘het wordt je leven’. Wat ik wel fijn vond is dat mijn eigen kinderen ook naar de school wilde. Het is leuk om zo’n school te bedenken voor andermans kinderen, maar als je eigen kinderen er ook naartoe gaan wordt het wel geloofwaardiger.

We hadden begroot dat we met 10 kinderen konden starten. Een flexibele huur die op- en afliep met het aantal leerlingen was een slimme zet en beperkte het kostenrisico. Uiteindelijk startte we zelfs met 12 leerlingen, de jongste 4 en de oudste 15 jaar. Vanaf dat moment zijn we alleen maar gegroeid.  Zowel qua aantal leerlingen als team. Inmiddels hebben we 85 leerlingen en een team van 34 mensen. Een geweldig groot gebouw en een prachtige kinderboerderij met moestuinen en dieren, een waar paradijsje.

Er zijn al veel mensen gekomen en ook gegaan. En er is een grote groep gebleven.  Bij de start was er geen geld om mensen in het team te betalen. Het was investeren als educatief ondernemer in een idee om de wereld een beetje mooier te maken.

Vooral voor kinderen die het op een ander school niet naar hun zin hebben en toch heel graag willen leren. En voor ouders die direct de keuze maken om hun kinderen zich in vrijheid te laten ontwikkelen. Voor sommige mensen in het team was het ontbreken van een betaling toch de keuze om weer verder te gaan en voor anderen was de manier van ‘les geven’ niet passend op termijn. Voor leerlingen zie je grote verschillen, sommige zijn na een tijdje helemaal blij omdat ze duidelijk voor ogen hebben wat ze willen en hoe ze het gaan doen. Ook zijn er leerlingen die ontdekken dat er veel discipline nodig is om je zelf aan het werk te zetten en te houden en daarom de keuze maken om terug te gaan naar een school waar dat voor je geregeld wordt. Soms is dat makkelijker.

Ook is er een groep leerlingen die het heerlijk vindt om zelf aan de slag te gaan. Alleen een docent te raadplegen als je echt vragen hebt of juist naar de verschillende lessen gaan uit interesse omdat de docenten inspirerende verhalen of experimenten hebben of juist ingaat op de specifieke vragen die je hebt. Een flink aantal leerlingen heeft op deze wijze inmiddels via staatsexamens certificaten behaald of zelfs een heel diploma! Ook zijn er leerlingen die oneindig hun neus achterna gaan en zo de wereld ontdekken. Zoals ik al eerder schreef in een blog ‘leren is geen lineair proces maar associatief’. Het is dus echt waar, sommige kinderen volgen geen enkele formele les maar leren toch lezen, schrijven en van alles over de wereld en vooral over de mensen waarmee ze in de school leven. Jongens, meiden, alle leeftijden en niveaus door elkaar en samen ontwerpen we steeds opnieuw ‘onze school’. Welke regels willen we hanteren en welke zijn overbodig geworden.

Sommige buitenstaanders denken dat een democratische school een ongestructureerde bende is waar iedereen maar wat doet. Ik kan nu zeggen dat het de meest gestructureerde omgeving is waar ik ooit gewerkt hebt. Alles is transparant, iedereen voelt zich vrij om vragen te stellen en dingen aan de kaak te stellen als je denkt dat iets niet voldoet aan een gemaakte afspraak. Elke mening telt en doet er toe, kan het verschil maken. Maar ook is er het besef dat je niet altijd je mening hoeft te delen, het voegt niet altijd iets toe. Je ziet dat mensen het belang van zichzelf in het geheel gaan zien en ervaren. Mensen zijn ontspannen, er is geen haast behalve als je de bus wilt halen. En zijn er dan toch problemen, inherent aan mensen bij elkaar zetten, dan is er alle tijd om de situatie op te lossen. Het echte leven wordt in al haar facetten geoefend.

Wat ik wens voor het nieuwe schooljaar is dat we ons inmiddels voldoende bewezen hebben aan overheid, ouders, leerlingen, journalisten en iedereen die op ons pad al verschenen is. We zijn niet meer weg te denken uit het onderwijslandschap. Ik wens dat we na alle persoonlijke investeringen van ouders en teamleden financiering vinden. Van de overheid, maar ook vanuit het bedrijfsleven zou een initiatief kunnen komen. Geld is geld en zolang wij de regie mogen voeren mag het geld overal vandaan komen. Volgens mij is er meer dan voldoende geld op de wereld dus ook voor onze geweldige school!

Jullie begrijpen ik kan nog uren doorvertellen over wat er in de vijf jaar allemaal heeft plaatsgevonden, zowel met een lach als een traan. Te veel voor een blog, dus ik laat het hierbij. Ik ben ongelooflijk trots op alle schoolgenoten en ouders van DOE040 en ga vol goede moed ons zesde schooljaar in!

Vraag eens iets anders op een verjaardag

De meest gestelde vragen op een verjaardag aan een kind zijn de volgende: ‘Hoe gaat het op school? Heb je goede cijfers? Ga je over dit jaar? Weet je al wat je na school wil gaan doen?’ Het impliceert dat het leven van een kind alleen uit school bestaat, of je daar goed presteert en of je wel weet wat je daarna moet gaan doen. Er kleven nogal wat nadelen aan deze vragen. Want wat als het helemaal niet goed gaat op school, dat je cijfers niet voldoende zijn of dat je gepest wordt. Of dat je al weet dat je niet overgaat, ‘dan zal het wel aan jezelf liggen en had je harder moeten werken?’ Veel kinderen werken heel hard, willen heel graag, en toch lukt het niet. Vanwege zeer uiteenlopende redenen. Ook dat is realiteit. Wat doe je als kind als je zo’n vraag gesteld wordt? Je gaat dan bij zo’n vraag maar zeggen dat het goed gaat en probeert zo snel mogelijk weg te komen bij die persoon.

Ik heb een beter idee. Het bestaat uit twee onderdelen:

1. Vraag eens iets anders aan een kind. Wat zijn je interesses buiten school? Waar word je blij van? Sport, dansen, paarden, feesten, fietsen, film kijken, gamen? Kun je me uitleggen hoe Minecraft werkt? Wat zou je willen veranderen in de wereld (of op school :-))? Hoe zou je ideale leven eruit zien? Vraag eens of een kind het leuk vind als je iets over je eigen werk of leven vertelt. Of het werk dat je opa deed… Ik noem maar wat. En als je dan al iets vraagt over school, vraag dan iets wat écht ergens over gaat. ‘Vind je het leuk te vertellen over de leukste les die je ooit gehad hebt op school? Wat vind je het meest interessant op school? Wie is je leukste leraar en waarom dan?’ Of gewoon een hele open vraag ‘Vind je het leuk om iets over school te vertellen?’ En ‘nee’ is dan ook een geldig antwoord en niet onbeleefd, je vraagt het immers.

2. Een ander punt is de taak van de ouders. Leer je kinderen dat ze niet op elke vraag hoeven te antwoorden. Mensen stellen die vragen uit een soort gewoonte. Het is een soort kopieergedrag. Als je geen zin hebt om te antwoorden op dit soort vragen, doe dat dan niet. Om dan toch beleefd en sociaal geaccepteerd te blijven, leerde ik mijn kinderen en de leerlingen op school dat je de vragen beantwoord met een wedervraag. Of je antwoord met een verhaal wat je wel wilt delen. Neem van mij aan dat kinderen niet gaan vragen ‘Hoe ging je laatste functioneringsgesprek? Was je baas tevreden over je? Krijg je salarisverhoging of vind je dat je al genoeg verdiend? Ga je nog promotie maken? Ben je wel eens ontslagen?’ Kinderen kunnen namelijk hele leuke vragen stellen over iemands leven en werk. 

Kinderen stellen heel graag vragen, maar krijgen vaak de kans niet. Ze zijn al vertrokken als iemand de ‘standaard vragen’ stelt. Het is vaak geen echte interesse van de volwassenen. Deel als volwassene je interesses, hobby’s, ideeën en visie op de wereld. Uiteraard op gepast niveau voor de leeftijd van het kind wat je tegenkomt en check of het kind wel geïnteresseerd is in jou. Mijn ervaring thuis en in de school is dat je ook – of juist – met kinderen van 4 jaar hele boeiende gesprekken kunt hebben over het leven en de wereld. Vaak zelfs boeiender en meer inspirerend dan met volwassenen.

Misschien zegt dit ook iets over de constante noodkreet dat HET ONDERWIJS moet veranderen. Misschien zoeken we wel op de verkeerde plek. Moet niet het onderwijs veranderen, maar moeten WIJ veranderen. Als we met een andere mindset, met andere ogen onze kinderen gaan zien, ze serieus gaan nemen, ze echt betrekken, we echt geïnteresseerd zijn in wie ze zijn, dan gaan de kinderen ook laten zien wie ze zijn. Zij zijn degene die de vragen moeten gaan stellen op school. Niet de leraren in toetsen en examens. Van vragen stellen kun je heel veel leren. Iedereen weet dat je dingen beter leert als het je echt interesseert. Iedereen is op zoek naar de intrinsieke motivatie van leerlingen. Als je alsmaar druk bezig bent heel veel kennis over te dragen en daarmee veel van en aan de kinderen vraagt, trekt de intrinsieke motivatie zich terug. Als volwassenen zich voordoen alsof ze allemaal beter weten dan jij gaan de meeste kinderen dat geloven.

Gelukkig een groot aantal niet, een deel daarvan kiest voor onze school. Ze vragen de vrijheid om zelf dingen te ontdekken, zelf de vragen te stellen. Niet alleen over het opgelegde curriculum, maar juist de hele breedte van het leven. Ze willen vooral ook zichzelf leren kennen. Wie ben ik, hoe verhoud ik me tot de ander en tot de wereld? Alleen in echte zuivere ontmoeting met dat alles komt een kind tot eigen ontdekkingen, antwoorden en kan een zelfbeeld vormen wat reëel is en vooral moet voldoen aan de eigen eisen en doelen die het zich stelt. 

Inspiratieshot

Na 14 jaar in de schoolbanken (8 jaar basisschool en 6 jaar middelbare school) haalde ik een diploma. Iedereen van mijn jaar mocht iets schrijven voor een boek dat we ter herinnering meekregen. Ze vroegen mij wat ik in al die jaren had geleerd. Mijn antwoord staat in dat boek: ‘Dat ouderen niet altijd de wijsten zijn.’

Het heeft me enorm geraakt dat ik te jong was om serieus genomen te worden. Om naar te luisteren. Ik had maar te volgen. Hq€;4?eJRa@95?!

Ik heb héééél lang uitgekeken naar het moment waarop ik ouder was en de touwtjes van mijn leven in eigen handen kreeg. En nu ik ouder ben, ben ik betrokken bij een onderwijssysteem dat gebaseerd is op intrinsieke motivatie, eigenaarschap en persoonlijk leiderschap. Jonge mensen in het democratisch onderwijs krijgen de ruimte om hun eigen pad te gaan, zichzelf te ontdekken en zichzelf te laten gelden.

Dat het werkt en hoe dat werkt vertellen ervaringsdeskundigen Armando, Tony, Vlinder en ik met een interactieve lezing over democratisch onderwijs en onze school. Afgelopen week stonden we voor het eerst voor een groep docenten. En er staan meerdere inspiratieshots binnen en buiten het onderwijs op de planning.

Het doet mij erg veel om deze jonge helden het podium te zien beklimmen. Zij krijgen de kans om zich uit te spreken en nemen het woord. Ze delen een puur en indrukwekkend verhaal over onderwijs. Ze worden gehoord. Terecht. Een droom die uitkomt.

Meer informatie over onze lezing vind je op de website van DOE Business.

Wonen, werken, leren

´It takes a village to raise a child´ is een Afrikaanse uitdrukking die past in onze manier van denken over onderwijs en opvoeding in  de samenleving. Opgroeien en leren  gebeurt in de geïntegreerde omgeving van de samenleving waarin kinderen op een natuurlijke manier in aanraking komen mét die samenleving. En de mensen die daarin wonen en werken. Zo ga je leren van het leven, en ontstaat er een wisselwerking:  Wie kan iets voor ons betekenen en voor wie kunnen wij iets betekenen? Interactie leidt tot samenwerken,  leidt tot verbondenheid. De ideale leeromgeving.

Wat wij bieden aan de bewoners, is aandacht en betrokkenheid en levendigheid. Mensen betrekken in onze community voorkomt isolement van bv ouderen en jongeren die moeilijk aansluiting kunnen vinden. Wij kunnen hen betrekken in de keuken, de werkplaats, de kinderboerderij, de groentetuin. Alles op vrijwillige basis maar wel volgens de sociocratische besluitvoering die we hanteren binnen de school.  Doordat de bewoners hun talenten en vaardigheden inzetten binnen de school, ontstaat een wisselwerking tussen wonen, werken en leren: een ‘dorp’ dat van en door elkaar leert,  en zich ontwikkelt in verbondenheid met elkaar.

De meerwaarde voor DOE is dat we zo een setting creëren waardoor kinderen kunnen leren van het leven. Het leven heeft meerdere leeftijden. Het zien van anderen leidt tot interactie en zo wordt burgerschap ervaren en geleefd. Kinderen groeien op in verbondenheid met hun directe omgeving, met de samenleving, en leren daarin hun eigen plek te vinden, te maken en daar verantwoordelijkheid voor te nemen.

Daarom wonen en onderwijs onder één dak. Eventueel toekomstige bewoners doorlopen het aannamebeleid, vormgegeven door medewerkers van de school, leerlingen en bewoners. Aan specifieke zorgbehoeften wordt voldaan door mensen die daarvoor opgeleid zijn; onze rol is deze mensen betrekken in onze community. Opgroeien en leven in een gezond sociaal netwerk; wonen, werken en leren zijn geïntegreerd.  It takes a village to raise a child.

Bosdag

Ongeveer een maand geleden, midden in de herfst, in het bos. Met een grote groep kleuters, zeven, acht, negen jarigen. Geen programma of van te voren bedachte activiteiten. Ieder met zijn eigen rugzakje vol eten en drinken, verder niets. Alleen het bos. Neerstrijken op een mooie plek, en spelen maar. Ontdekken, struinen, opgaan in de natuur.

Ge-wel-dig. De kinderen, én wij, hadden een heerlijke dag. Behalve heel veel fijne speel- en ontdekervaringen tussen alle bomen en struiken en in de beek, merkten we ook dat kinderen uitdagingen aangingen en moeilijkheden moesten overwinnen. Wij dachten: zolang er nog kinderen zeer ontdaan zijn als ze blijven hangen aan een braamtak, moeten we vaker het bos in.

We zijn ‘de Bosdagen’ gaan inplannen. We vonden een prachtige open plek in het bos met in het midden een klein vennetje. Op 10 minuten rijden bij DOE vandaan. Op de geplande bosdagen brengen en halen de ouders hun kinderen rechtstreeks naar en van deze plek. Ideaal!

Op de vrijdag na Sinterklaas spraken we voor het eerst af op onze bosplek. We hadden een drukke week achter de rug, met Sint-festiviteiten zowel thuis als op school. Een drukke tijd met veel indrukken en ook spanningen. We merkten dat het druk was in de school. Luidruchtige kinderen en heel wat ‘gedoe’… kinderen die weer terug in balans moeten komen. Dat uit zich in drukte en beweging. 

Naar het bos dus. Wauw… Wat een mooie plek…! Eerst eens verkennen. Dat vennetje, dat trekt…! Hmmm, daar kan je ook in! Met je laarzen!  Whaaaa! Drijfzand!

We hebben de hele dag gespeeld. Het ging vanzelf. Er was geen overlast van té druk geschreeuw of ge-ren. Het bos absorbeert alles.

We gaan alle seizoenen meemaken op deze mooie plek. Verder bouwen aan de hut van takken, het vlot verbetern, met nóg hogere laarzen nóg dieper het ven in, spelen met de modder, plassen in het wild, klimmen in bomen, balanceren op boomstammen, sokken drogen bij een vuurtje. We hebben ons voorgenomen de bosdagen altijd door te laten gaan, ook al is het ‘slecht’ weer. We kleden ons erop en overwinnen moeilijkheden.

Kom maar op…!

Kennis delen

Ik geef wiskundeles op DOE. Leerlingen kunnen zich inschrijven voor les op een voor hen geschikte tijd. Sander heeft zich nog nooit ingeschreven voor een wiskundeles. Toch ben ik regelmatig met hem in gesprek en deel ik kennis over mijn vak. Hij vindt het leuk om allerlei dingen uit te rekenen en vraagt me dan wel eens hoe ik dat zou doen. Van hoeveel letters heb je nodig als je alle getallen van één t/m duizend uitschrijft tot hoe groot is de kans om een bepaalde kaartencombinatie te trekken en hoeveel tijd hoort of ziet een wereldburger gemiddeld reclame. Het delen van kennis gaat zo op een natuurlijke manier. Ik hoef geen lesje af te draaien, maar ik sta wel in dienst van de ontwikkeling van de leerling.

Zo ook deze maandag. Ik heb zojuist in het kader van onze themaweek over ruimtevaart met de scheikundedocent en een aantal leerlingen buiten ‘raketten’ afgeschoten met behulp van de chemische reactie van bakpoeder met azijn. Om de hoogte van onze raketten te bepalen, hebben we de kijkhoek gemeten op het moment dat de raket zijn hoogste punt bereikte. Terug in het sciencelokaal kunnen we beginnen met de berekening van de hoogte. Ik had vooraf al wat uitleg over de tangens gegeven. Die uitleg stond nog op het white board. Nu was het een kwestie van het invullen van de getallen die we hadden gemeten. De meeste leerlingen haakten af. Dat is geen probleem. In deze les, met als doel het bieden van inspiratie, neemt iedere leerling mee wat aansluit bij zijn of haar interesse en niveau. Sander zit ook in het lokaal. Hij is niet mee naar buiten geweest. Het afschieten van de raketten vond hij niet bijster interessant, maar nu ik de getallen begin in te vullen op het bord heb ik zijn aandacht. Hij rekent mee en samen komen we erop uit dat een van de raketten ongeveer 5,5 meter de lucht in is geschoten. Ik weet dat hij net boven het dak van de gymzaal uitkwam. Kan dat kloppen?

Vraag ik me hardop af. Een andere leerling die van een afstandje toch nog wel mee blijkt te luisteren, denkt van wel. Die gymzaal is ongeveer het dubbele van een gewoon lokaal, dus zeker wel een meter of 5. Sander is nu ineens wel gemotiveerd om naar buiten te gaan. Hij meet de kijkhoek als hij naar het bovenrandje van het dak van de gymzaal kijkt, meet nauwkeurig de afstand van de kijkhoekmeter tot de gymzaal en keert terug naar het sciencelokaal. We gaan weer rekenen. Het dak van de gymzaal bevindt zich volgens onze berekening op ongeveer 5,5 meter van de grond. Het klopt. Sander verzucht… wiskunde is echt leuk!

Onrust

Hij zit in een hoek van de school. Alleen. Starend in het luchtledige. Als verdoofd. Voeten op heupbreedte op de grond en handen ontspannen op z’n knieën. Zijn ogen priemen alsof hij door de muur tegenover hem heen probeert te kijken. Alsof hij oog in oog staat met iets dat voor anderen onzichtbaar is, of tenminste niet zo opvalt. Het rumoer in de hal weet zijn stilte niet te doorbreken. Alleen de subtiele beweging van zijn ademhaling verraadt dat hij nog leeft. En dan ineens kijkt hij mij met grote ogen aan.

Boris’ blik verzacht meteen. Open, nieuwsgierig, toegankelijk. Zoals ik dat inmiddels van hem ken. Hij groet me zo vrolijk dat zijn moment van opperste concentratie wellicht helemaal geen moment van opperste concentratie was. Toch ben ik benieuwd. En een beetje bezorgd. Ik groet terug en wandel zijn richting in. ‘Hoe is het met je?’ vraag ik voorzichtig.

Een stilte volgt. Zijn gefocuste blik komt terug. Ik zie dat Boris naar binnen keert om tot een antwoord te komen. Hij bekijkt zijn gevoel met chirurgische precisie. Vervolgens vult hij de leegte met een directe vertaling van zijn innerlijke observatie: ‘Iets in mij kan gewoon niet geloven dat alles goed is. Ik merk dat ik onrustig ben. Ik weet dat ik hier niets hoef te doen en toch ervaar ik een soort drang dat ik dingen moet. Het zit in mezelf.’

Nu kijk ik Boris met grote ogen aan. Zijn reflectieve vermogen en heldere verwoording raken me. Zijn kwetsbaarheid raakt me zo mogelijk nog meer. Boris is hier nog maar net, twee dagen, en ik versta zijn verwarring. Dat zeg ik hem. Vervolgens geef ik hem de ruimte om zijn gevoel in nog andere woorden te vangen. De jongen kijkt me bedenkelijk aan en staat op: ‘Ik wil iets doen met het lege aquarium bij de ingang.’ En hij vertrekt.